Damiaan Hugo von Schönborn

Landcommandeur Biesen en vorst van Gemert 1709-1743. Initiatiefnemer renovatie hoofdgebouw kasteel Gemert.

Na het overlijden van Hendrik van Wassenaar draagt het kapittel van Biesen de Gemertse commandeur Bertram van Loë voor als nieuwe landcommandeur maar de grootmeester en het groot-kapittel van de Duitse Orde te Mergentheim vinden deze uit Weeze bij Kevelaar afkomstige ridder niet ‘zwaar’ genoeg om de functie van landcommandeur te vervullen. De keuze zal voortaan alleen nog vallen op hoge adel uit het Duitse Rijk. De eerste is Damiaan Hugo graaf von Schönborn, op dat moment al landcommandeur van Hessen. Hij paart verder een grafelijke titel aan die van bisschop. Tot zijn dood in 1743 blijft hij landcommandeur van Biesen en vorst van Gemert. Na zijn benoeming informeert hij bij meester Arnold Cox, topjurist bij de Duitse Orde, wat exact zijn macht en waardigheid over Gemert inhoudt. Het antwoord is eenduidig: “als ein Fürst und Herrn im Römischen Reich”.

Curieus is het gegeven dat hij bij de vorstelijke inhuldiging in Gemert gratie verleent aan de gildebroeder die een jonge toeschouwer bij het oefenen voor salvo’s te zijner ere, per ongeluk heeft doodgeschoten.

In de loop van zijn landcommandeurschap(pen) verzamelt de hoogadellijke Von Schönborn nog een stel aansprekende titels. Geheimraad van de keizer in 1711, in 1715 ontvangt hij de kardinaalshoed en in 1720 en 1740 vergaart hij de vorstelijke titels van prins-bisschop van Spiers en van Konstanz.

Zijn bijzondere belangstelling geldt echter de architectuur. Alden Biesen verbouwt hij tot een prestigieuze zomerresidentie en hij is ook de man die de ingrijpende verbouwingsplannen voor het hoofdgebouw van Gemerts kasteel ontwikkelt en onder meer de vrije hand biedt aan de ontwikkeling tot de orde der penitenten te Handel waaruit een kosthuis met Franse School en later Huize Padua te Boekel ontstaat.

PDF Gemerts Heem

Wikipedia