Hoj, hoj, pötje mí stroj

4,50

Categorie:

Beschrijving

To Werts werd in 1917 geboren en trouwt in 1945 met Louis van ’t Hooft. Na haar overlijden kreeg haar neef, Jan van Zutphen, van zijn oom, Louis van ’t Hooft, enkele schoolschriften te zien, waarin tante To Werts, aller­lei tek­sten en krabbels over het dagelijkse leven uit haar jeugd in Ge­mert had opge­te­kend. Hij had ze gevonden in een lade, verstopt onder allerlei spulle­tjes. Op verzoek van zijn oom Louis werkte Jan deze teksten voortreffelijk uit op een tekstverwerker. Hij gaf de teksten in familiekring uit in een boekje. Wim Vos, drukdoende met de voorbereiding van de tweede druk van het Gímmers Woordenboek, kreeg via Jan Werts het boekje met haar jeugdherinneringen in handen en bewerkte het tot de huidige uitgave.Levendige stijl

Wim Vos: “Bij lezing werd ik onmiddellijk getroffen door de levendige stijl van dit prachtige tijdsbeeld van de jaren dertig in Gemert, gezien door de ogen van een meisje/tiener. To komt hierin over als een gevoelig, enigszins verlegen kind, maar met een scherp observatievermogen (men leze haar beschrijving van haar tantes die met de wijde rokken van die tijd al draaiend door een deur naar binnen gaan, haar beschrijvingen van de invallende schemering op de Broekkant en op het Binderseind). Zij is eerlijk, neemt geen blad voor de mond, verhult haar eigen fouten niet, is kritisch over de strenge moraal van het Rijke Roomse Leven, maar heeft tegelijkertijd heimwee naar het geloof van haar kinderjaren en de geborgenheid van haar jeugd op de boerderij aan het Binderseind. Diepe indruk heeft de te vroege dood van haar moeder op haar gemaakt. Ondanks haar angsten kon ze soms overmoedig zijn en gewaagde dingen doen (lees bv. haar schaatsavontuur op de kasteelgracht). Haar sociaal gevoel komt tot uiting in haar verhaal over Diejn Moewne, de ‘heks’ en haar armoedige krotwoning op het Hopveld.”