GH-2023-2-Knokken voor Soevereiniteit

Voor opmaak met illustratie in pdf: klik hier

Ad Otten en Simon van Wetten

De Vrede van Munster. Een historisch moment, eindelijk vrede na tachtig jaar oorlog. Overal in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd de klompendans gedanst, maar in Gemert voelde men al op de klompen aan dat men hier, in de vrije heerlijkheid, niet zoveel reden had om méé te dansen.

We schrijven het jaar 1648. Sinds 1634 was Caspar Ulrich van Hoensbroek onze commandeur. De man was in Gemert niet bepaald populair. Uit de overlevering maken we op dat het de meest onaangename commandeur was die ooit het kasteel heeft bewoond, behept met een stuurs, zuur en boosaardig karakter.
Afwezig
Bovendien was hij steeds vaker en steeds langer afwezig. Dat lijkt een voordeel, maar de secretaris van de schepenbank diende als koerier grote geldbedragen af te leveren in Brussel en Den Haag. Van Hoensbroek verpoosde daar zeer aangenaam met de zus van de vrouw van zijn broer. U bent van mening dat er wel ergere dingen zijn? Zeker, maar er liepen ook nog allerlei procedures tegen Caspar Ulrich en hij weigerde zich voor zijn daden te verantwoorden. Hij lag hier in Gemert met zowat iedereen overhoop en verving de ene bestuurder na de andere. Landcommandeur Huyn van Geleen was al in de herfst van 1647 met vier commandeurs naar Gemert afgereisd voor een onderzoek. Van Hoensbroek wachtte dat niet af en nam de benen. Vervolgens is hem het commandeurschap ontnomen. Hij haastte zich naar de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden in ‘s-Gravenhage met het verzoek hem met gewapende macht te herstellen in het bezit van de Commanderij Gemert. Dat was koren op de molen van de Hoogmogende Haagse Heren. Zij namen Van Hoensbroek, de inwoners van Gemert en alle goederen van de Commanderij Gemert in ‘protectie’. Het hield onder andere in dat de priesters uit Gemert dienden te vertrekken en dat de oude St.-Janskerk werd overgedragen aan de nieuwe religie. De kloosterlingen van het predikherenklooster in het Binderseind werden gesommeerd Gemert te verlaten.
Kort daarop arriveerde Van Hoensbroek met een predikant, ene Falquenerius, en met een troep ruiters onder aanvoering van de schout van Peelland, in het dorp. De kerk werd in beslag genomen, altaren vernield, beelden verwijderd en later verkocht. De Latijnse School werd gesloten en het gemeentearchief werd in beslag genomen en afgevoerd.
Archief
Het gemeentearchief? Misschien is ‘het heerlijkheidsarchief’ een betere naam. Dáár gaat dit verhaal over. Het archief dat aanvankelijk in één, later in twee zware kisten, hoog en droog werd bewaard op de koorzolder tussen priesterkoor en middenschip van de kerk en dat bereikbaar was via het traptorentje aan de buitenkant van het priesterkoor. De archiefkisten konden alleen met touwen van het oksaal, zoals de koorzolder ook wel werd genoemd, in de middengang van de kerk worden getild.
Kerkmeester Peter Ambrosius was er ontdaan van. Hij was erbij toen het gebeurde en moest zelfs nog helpen met hijsen. De bijbehorende kommesleutels werden eveneens in beslag genomen. Dit alles geschiedde op 3 of 4 augustus 1648. Toegezegd zou zijn dat de archiefkisten na een paar dagen zouden worden teruggegeven. Maar er is een op schrift gestelde getuigenis van de Gemertse gemeentebestuurders dat zij het op 20 februari 1650 nog steeds zonder archief moeten stellen. Uiteindelijk komt er uit Den Haag de order aan hun bezettende macht in Gemert dat die het archief terug moet geven aan de rechtmatige eigenaren. En met enige vertraging gebeurt dat ook, al lijken die kisten wel een stuk lichter en vooral leger1…
Vele jaren zijn vooral achter de schermen en op hoog Orde-niveau de tactische manoeuvres bedacht die Gemert weer terug moesten brengen in de schoot der Teutonen. De Grote Raad van Brabant in Mechelen oordeelde, zoals eerder (al in 1627!) de op het Binnenhof gevestigde Staatse Raad van Brabant, dat de claims van Gemert en de Duitse Orde juist waren en dat de gevoerde procesvoering bemoeilijkt was door het ontbreken van essentiële bewijsstukken.
Inderdaad. Die zouden ooit in die zware kisten hebben gezeten. Maar waar ze nu waren? Hoe dan ook, op 14 juni 1662 is het feest in de Commanderij. De soevereiniteit van de Duitse Orde over Gemert wordt door de Staten-Generaal, weliswaar onder dure voorwaarden, erkend. Zó duur, dat het aloude ‘eind goed, al goed’ ondanks de herwonnen status aparte niet helemaal opging.
Teruggevonden
Zijn de verdwenen documenten ooit teruggevonden? Voor tenminste een deel in elk geval. Slordigheid, gewetenswroeging of een andere reden heeft de toenmalige belanghebbenden belet om al die belangrijke papieren te vernietigen. Hans Pennings, beroepsmatig immer bezig met het archief van Gemert-Bakel, maar in zijn vrije tijd ook zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van Heesch, stuitte bij een bezoek aan het Nationaal Archief in Den Haag niet alleen op akten en documenten met betrekking tot Heesch, maar ook met betrekking tot de Commanderij Gemert. Het zijn stukken die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit de twee Gemertse archiefkisten zijn ontvreemd. De geschriften gaan over beneficiën van kerken als die van Bakel, Deurne, Nistelrode en Heesch, waar de Commanderij der Duitse Orde rechten had. Verder kom je zinssneden tegen als ‘geïncorporeerd in de Commanderij van Gemert’. Er is bijvoorbeeld een overzicht van alle renten waar de kapel van Handel recht op had, en ook ‘de beurzen tot Gemert die alle drie jaren veranderen’ worden genoemd2.
Hof van Holland
De inventaris van het archief van het Hof van Holland maakt ons nog wat wijzer. Het is namelijk dit Hof van Holland dat de uitspraak van de Raad van Brabant ten gunste van de Duitse Orde tegensprak en naast zich neerlegde. Het Hof had in de vijftiende eeuw taken op het gebied van het bestuur, de wetgeving en de rechtspraak in Holland. Denk daarbij aan misdrijven en muntzaken, maar ook aan inbreuken op de rechten van de landsheer en, belangrijk in het soevereiniteitsproces, het landsheerlijk gezag.
Ook de inventaris van het archief van de Staten- Generaal biedt inzicht in het soevereiniteitsconfl ict. Het geschil tussen de Staten-Generaal en de Balije Alden Biesen zien we terug in stukken over de inkomsten uit Gemert (interessant, want mét retroacta uit de periode 1434-1653), over de beslechting van de geschillen door arbitrage, over de teruggave van de soevereiniteit aan de Duitse Orde die zich verplicht de uitoefening van de gereformeerde religie in Gemert toe te staan, over de gevoerde onderhandelingen, een extract van de besluiten van de Staten-Generaal tussen maart en juni 1662, stukken over de bouw van kerk en schoolhuis van de gereformeerden in Gemert, en over hetgeen op 14 en 15 juni 1662 is besproken, gesloten en getekend.3
We zullen ongetwijfeld nog een keer uitgebreid terugkomen op dit voor Gemert zéér interessante onderwerp. Alle gevonden stukken moeten immers worden getranscribeerd en bestudeerd.
Met dank aan Hans Pennings, gemeentearchief Gemert-Bakel.

Noten:
1. De gebeurtenissen in Gemert tussen 1647 en 1662 kunnen worden gereconstrueerd via diverse akten uit het schepenbankarchief (AG 082), het dorpsarchief (AG 001) en het archief van de Kommanderij van de Duitse Orde te Gemert. ZIE OOK: Nieuw! Transscriptie Staatse Raad van Brabant aan Raad van Staten dd 21.1.1627 op website www.heemkundekringgemert.nl in GBr-12.
2. Archief Hof van Holland, inv.nr. 7280, diverse stukken betreffende kerken en kapellen te Heesch, op ’t Laar, Vorstenbosch, Bakel, Deurne, Liessel en Handel. Op de website van de heemkundekring staat een index en een gedeelte van de transcriptie onder Gemertse Bronnen 16 (GBr-16)
3. Respectievelijk de inventarisnummers 12548.319, 12555.42, 12548.396, 12579.74, 12555.47 en 12584.87.

Luchtfoto van de kerk Sint-Jansonthoofding met vooraan het priesterkoor. (Foto Jo van Es) G
Het traptorentje waardoor de koorzolder bereikbaar was.
De in de negentiende eeuw dichtgemetselde gang die voorheen naar de koorzolder leidde. (Foto Adri van Daal)
Een van de teruggevonden documenten, zie noot 2.