GH-2015-02 De Frunte Gang

Ad Otten

Na de bouw in Gemert van kasteel en kerk – zo’n 600 jaar geleden – ontwikkelde zich daartegenover, en vervolgens gestadig aangroeiend in noordelijke en in zuidelijke richting, een lintbebouwing aan een bochtige straat. “De Straot”. Rond 1600 kent Gemert tussen de keskes van respectievelijk Kruiseind en Stereind al een nagenoeg aaneengesloten bebouwingslint. De gaten in dat lint zijn met poorten afsluitbare doorgangen in allerhande maten. Met breedtes van een boerenkar tot die van een handwagen. Dat langgerekte dorpslint van toen kennen we nu als het historisch centrum van Gemert. Met centraal een majestueus plein met ’n kasteel, kerk, gemeentehuis en brasserieën met terrassen. Daarnaast is er nog iets historisch bijzonders. Gèèngskes! En een gèèngskespatroon.
Gèèngskes, loodrecht op de bochtige hoofdstraat, die achterlangs de veelal even diepe percelen aan ‘de straot’ met elkaar verbonden zijn door een ‘ommegang’. Helemaal roondelum (=rondom) het oude centrum. Vanuit het westen gezien heb je daar, en dat is voor een dorp van de grootte-orde van Gemert toch best heel bijzonder, een nog bijna authentiek middeleeuws dorpssilhouet, omdat daar om allerhande redenen nooit is gebouwd. Dat is aan de oostkant wel efkes anders, want daar breidde Gemert vanaf zegmaar 1930 uit met steeds grotere nieuwbouwwijken. Maar dat gebeurde wel met behoud van de gèèngskes. Natuurlijk hebben ook daar allerhande veranderingen plaatsgevonden maar het karakteristieke, het eigene of tenminste het tracé is gebleven. Van in elkaar overlopende achterommen, binnendoors, pèdjes tot en met – en die zijn relatief nieuw – de beloopbare versteende Ripsen. Tussen mulderheggen, ‘hekkentjes’ (synoniemen voor palissades) en muurtjes met ezelsruggen begroeid met korstmossen. Allerhande poortjes maar ook in- en doorkijkjes. Binnenwereldjes. Historisch gegroeide dorpsensembles gezien van d’n achterkant. Als je er oog voor hebt dan worden ze almaar aparter. Bonengang, Amstelgang, Gasthuisgang, Karregang, Kopperegang, Mickersgang, Pelikaangang, Soikerijgang, Sint-Joris en Sint-Tunnisgang, Nonnengang, Schietspoel en zeker ook Weversstraat, Watermolen, Beverdijk en Krengelhoek. Het zijn allemaal officiële straatnamen geworden.1 Een particulier initiatief zorgde voor nog een gangnaam. Het is de op een voormalige gevangenis van de Koninklijke Marechaussee doodlopende Amigogang aan het Binderseind.2

Frunte Gang vanaf 1823

Dan is er nóg een doodlopende en officieel nog onbenaamde gang in Gemert-centrum, maar bij alle autochtone Gemertenaren is die overigens wel algemeen bekend als Frunte Gang. Voor het ontstaan van die naam moet je ongeveer twee eeuwen terug. In 1823 koopt Henricus Frunt zadelmaker te Gemert een groot huis bestaande uit twee woningen annex herberg en logement toen algemeen gekend als ‘De Ploeg´ (later bekend als ´De Korenbeurs´ en nog later als het Patronaat). Het langgerekte huis is gelegen tussen het toenmalige gemeentehuis en het pand met de muurankers 1677. Met de eigenaar van het laatste pand is in de notariële koopakte het gezamenlijk gebruik en onderhoud van de poort, waterput, secreet en omheining geaccordeerd.3 En wat de poort betreft: het kan niet mis. Dat moet de Poort zijn van de bij iedereen bekende en monumentale Frunte Gang. De hele bebouwing van deze aan het kerkdomein grenzende woonhoek staat al jaren trouwens op de Rijksmonumentenlijst. En van die poort met een vanuit de Kerkstraat aantrekkelijke inkijk, zijn al heel wat bijzondere foto´s geschoten en in 1998 maakte oud-Gemertenaar Albert de Kemp (1926-2011) daarvan ook een treffend en aansprekend schilderstuk.

Terug naar Henricus Frunt. In 1817 staat hij al bekend als een te Gemert gevestigde meester-zadelmaker en meester-haammaker. Hij is gedoopt op 19.5.1791 in het dan nog Vrije en Soevereine Gemert als de zoon van Joannes Frunt en Adriana van den Elsen. In 1820 trouwt de dan 29-jarige Henricus met Godefrida Verhofstad. Na de koop van het kapitale pand in de Kerkstraat drie jaar later is hij behalve meester zadel- en haammaker meteen ook tapper en logementhouder en vanaf 1832 in elk geval ook genoemd als leerlooier. Hij is een manus van alles en hij is allesbehalve onbemiddeld. Zijn naam komt regelmatig voor in de notariële archieven. Ook als geldschieter. In 1825 verkoopt hij zijn mogelijke eerdere woning – huisje en hof in de Kerkstraat – aan Adrianus van Berkel, meester schoenmaker.4 Henricus Frunt overlijdt in 1848. De naam Frunte Gang is dan al lang ingeburgerd. Alle percelen die dan uitkomen op de Gang zijn dan zijn eigendom.
Kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en zelfs nog tot in de vierde generatie zullen zelfstandigen (fabrikanten) onder de naam Frunt in Gemert actief blijven in de leerbewerking (looiers, zadelmakers, haammakers, fabrikant van met leer beklede turntoestellen, enz.). Het begint in de Kerkstraat, maar van lieverlede komen er ook Frunt-leerbewerkers op het Borretplein en in de Nieuwstraat. In 1940 wordt in de Kerkstraat de ‘huidenzouterij’ (leerlooierij) opgeheven. We zien een Adriaan Frunt als bestuurder van het RK Parochieel Armbestuur. En na hun overlijden in respectievelijk 1944 en 1945 schenken de kinderloze broers Adriaan en Hendrik Frunt (kleinkinderen van de Hendrik uit 1823) de hele Frunte Gang aan de kerk. Tot dat moment waren ze eigenaar van alle panden, zowel links (waar ze zelf woonden), rechts alsook achterin (dat werd verhuurd). De naam Frunte Gang, al zolang in gebruik, blijft gewoon bestaan.
Tot in het begin van de jaren zeventig blijft ook het schilderachtige huizenrijtje van drie woningskes achter in de gang overeind. Er wonen markante dorpsbewoners met een gezamenlijk gebruik van de put en van twee secreten in een hoek van de Gang. Het kerkbestuur besluit definitief tot sloop van het woningrijtje. Een besluit dat vanwege de heersende woningnood tot dan toe, van jaar op jaar was uitgesteld.

Adri van Daal van de Foto Expressie Groep Gemert [FEGG] maakte heel recent een aantal sfeervolle skon foto’s in de Frunte Gang, met achterin ook nog een prachtig uitzicht op de kerk. Foto’s die duidelijk maken dat de Frunte Gang aan schilderachtigheid nog niks heeft ingeboet.
met dank aan Jos & Mieke Vogels

BRONNEN:
1. Ad Otten, Gemertse gangen gedecoreerd, GH 2006.02, p.27-31.
2. Ad Otten, Amigo – gevangenis in Gemert en Handel, GH2011.01.
3. Gemeentearchief Gemert-Bakel – Notarieel archief JF Aelders akte 17.10.1823.
4. idem akte 1.6.1825

Bekijk PDF