GH-2012-02 Kieboom en Wijnboom

Jacques van der Velden

Kieboom en Wijnboom zijn twee oude toponiemen in Gemert die eindigen op -boom. De Kieboom wordt voor het eerst genoemd in een paalbrief uit 1326 waarin de grens tussen het rechtsgebied van de Heren van Gemert en de Duitse Orde wordt beschreven. Er zou toen een grenspaal gestaan hebben tussen ghere Beke ende den Kyeboem. Het goed Kieboom moet ergens gelegen hebben aan de oostzijde van het Binderseind ter hoogte van het voormalige klooster Nazareth. De oudste vermelding van Wijnboom is ook te vinden in de boven genoemde paalbrief uit 1326. Het goed Wijnboom lag op het einde van de huidige Wijnboomlaan niet ver van de waterloop Walgraaf (landweer). Omdat bij Kieboom en Wijnboom steeds sprake is van een grens of landweer heb ik een poging gewaagd om het begrip -boom op te vatten als een werktuig (slag- of draaiboom). Helaas is daarvoor géén sluitende verklaring te vinden. Echter voor de -boom als onderdeel van het plantenrijk zijn wel goede verklaringen te vinden. Bomen waren niet verplaatsbaar en vervulden vaak een functie als perceelsscheiding, erfscheiding, of grenspunt van dorpsterritoria.

Kieboom

De oudste schrijfwijze is den Kyeboem [1326]. De enigste notatie met een ‘n’ die gevonden is, is de familienaam van Kijnbomen [1421]. De belangrijkste schrijfwijzen zijn tgoet ten Kyeboem [1378], te Kyeboym [1421] en de familienamen van Kijnbomen [1421], van den Kieboom [1435] en van den Kieboem [1438]. Kieboom wordt overal in het Nederlands taalgebied afgeleid van kienboom, keenboom of kijnboom. Door het verlies van de ‘n’ wordt kienboom > kieboom. Samenstellingen, waarvan het tweede woord met een b begint, zoals berg, boom en broek, verliezen onder omstandigheden soms de laatste letter van het eerste woord. Voorbeelden hiervan zijn: Steegberg > steberg; Stipberg > stiberg; Hoogberg > hoberg; Wijntboom > wijnboom en Rijtbroek > rijbroek. De betekenis van kienboom is harsboom, zoals dennen- en sparrenbomen, maar eigenlijk werd hiermee de Grove Den of Pinus sylvestris bedoeld. In Nederland is kienboom nog uitsluitend een aanduiding voor fossiele bomen in de venen. Het toponiem Kieboom komt verder in onze directe omgeving voor in Helmond, Stiphout en Deurne. Overigens overal maar één keer. Dit soort bomen was in de Middeleeuwen vrij zeldzaam, wat een belangrijk motief voor de naamgeving kan zijn geweest. Opgemerkt moet worden dat -boom ook als -boem, -boim of -boym geschreven werd. Deze ‘oe’, ‘oi’ of ‘oy’ werd in het Middelnederlands als /oo/ uitgesproken.

Wijnboom

Andere schrijfwijzen zijn op Wyneboem [1326], biden Wijnboem [1377], guet op Wijntboom [1473] en verder de familienamen van Wijnboemen [1433], van Wijntboem [1473], van den Wijndboem [1481] en tegenwoordig van den Wijnboom. Vóór 1500 wordt in de Gemertse Schepenprotocollen meestal Wijntboem of Wijndboem geschreven, maar in de Bossche Protocollen en de archieven van de Duitse Orde komen in die periode alleen Wyneboem en Wijnboem voor. Verder wordt wijn- ook wel als wyn- geschreven. De ‘ij’ en ‘y’ werden in het Middelnederlands als /i/ uitgesproken. Er staat dus eigenlijk winboom, wintboom en windboom. Als winboom een slijtage is van win(d/t)boom dan kunnen we als basis windboom aannemen. Deze vaststelling is overigens in 1983 al gedaan. Nu anno 2012 gaat het verhaal verder. We mogen uitgaan van de werkwoorden winden en wind(el)en en daarmee verwant wenden en wend(el)en. De betekenis van deze werkwoorden is zeer divers, maar ‘kronkelen, slingeren, wikkelen, wenden en keren’ spreken mij in dit verband erg aan. De haagbeuk Carpinus betulus L. wordt windelboom, wendelboom of wielboom genoemd en past hier dus precies. De ontwikkeling is als volgt gegaan: wijndelboom > wijntboom > wijnboom. De eerste twee vormen zijn samenstellingen met de stam van het werkwoord: windel- en wind- en de laatste vorm ontstond door verlies van de ‘t’: wijntboom > wijnboom. Andere namen voor haagbeuk zijn: jokboom, jukboom, steenboom etc. Het hout van deze boom is zo hard als steen en dient om er vlashekels, jokken en wielen van te maken. De stammen en takken hebben de neiging om aan elkaar te groeien en zijn gewrongen als darmen. Het woord wendel- zegt iets over de groeiwijze, maar de woorden jok-, juk- en wiel- iets over de toepassing van het hout. Het is van de inheemse houtsoorten de meest vaste en taaie; het wordt in de wagen- en molenmakerij voor handvaten van beitels en tanden in kamraden gebruikt. Het is een weinig voorkomende boomsoort. De naam Wijnboom heb ik nergens anders gevonden dan in Gemert. Toch is de haagbeuk wel bekend, want er bestaan diverse Zuid-Nederlandse dialectwoorden voor: herenteer, harrenkop, esselteer, heernte, jante, of eup. Daarom verrast het me niet dat in Borlo gemeente Gingelom in België een Wintboomstraat bestaat. Ik denk dat deze Wintboom en onze Wijnboom uit hetzelfde hout gesneden zijn.

Samenvatting

Kieboom betekent harsboom en is afgeleid van kienboom. Het gaat om de Grove Den of Pijnboom [Pinus sylvestris] een conifeer uit de Dennenfamilie [Pinaceae]. Wijnboom verwijst naar de haagbeuk en is afgeleid van windelboom. Het gaat om de Gewone Haagbeuk [Carpinus betulus], die thuis hoort bij de Berkenfamilie [Betulaceae]. “De Haag-boeke … zeer bekwaam, om er cierlijke laage en hooge scheerheggen in plaisiertuinen, rondsom parken, bosschen, en elders van te planten” [1769]. Daarin herkennen wij de Haagbeuk, die vooral in de vorm van heggen in onze hedendaagse siertuinen wordt aangeplant. Bij Kieboom en Wijnboom is sprake van een -boom, we moeten dus aannemen dat het om alleenstaande bomen ging die beeldbepalend waren voor de betreffende hoeven. Ik hoop vooral dat wat Wijnboom betreft hiermee het laatste tipje van de sluier is opgelicht.

Belangrijkste bronnen:
GH 30-11, 1968, p.10 “Wijn” in toponymen, Martien van de Wijst
GH 33-11, 1969, p.03 De naam Wijnboom in Gemert, Piet Vos
GH 25-03, 1983, p.65 Van Windboom tot Wijnboom en terug, Ad Otten
GH 41-04, 1999, p.27 Middeleeuwse hoeven en hun locatie, Jan Timmers
www.bhic.nl Commanderij Duitse Orde in Gemert 1247-1795
Van d’n Aabeemd tot de Zwijnsput, 1996, Henk Beijers en Geert-Jan van Bussel
Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda, Chr. Buiks
www.wnt.inl.nl Historisch woordenboek op internet

Met dank aan Jos Swanenberg en Lauran Toorians voor hun raadgevingen

Bekijk PDF