GH-2012-02 crash Elsendorp 26 juli 1943

Ruud Wildekamp, Bernard Ploegmakers en Ad Otten

Op 16 mei 2012 maakte Joe Brazil met zijn echtgenote en kinderen Nathan en Anna uit Canada, kennis met ooggetuigen, materiële slachtoffers en niet te vergeten met de kinderen van de helpers van zijn vader die aan de dood ontsnapte bij de crash van een Lancaster-bommenwerper die plaats vond in de nacht van 25 op 26 juli 1943 te Elsendorp op het landgoed Cleefswit.
In de hele omgeving waren destijds boerderijen zwaar beschadigd door de ontploffingen van een deel van de meegevoerde bommen. Joe’s vader, Jim Brazil, een Canadees, was de radiotelegrafist van deze Lancaster.
Vijf medebemanningsleden moesten de explosie vrijwel onmiddellijk met de dood bekopen. Drie bemanningsleden, waaronder Brazil, wisten met hun parachute veilig te landen en kregen hulp van de lokale bevolking.
Tot voor kort wist de familie Brazil enkel van hun vader dat de “pilotenredder” Arie Eikelenboom heette en dat vader Jim bij hem een tijdelijk onderduikadres had gevonden. Eerst in de hooischuur achter de boerderij (de Marie-Paulinehoeve op De Sijp), en later bij de hem bevriende familie De Rooi op de Vossenberg.
Na de oorlog kregen Arie Eikelenboom sr. en Teun de Rooi, die behalve Jim Brazil nog meer leden van vliegtuigbemanningen hadden geholpen, een speciale oorkonde van The President of The United States of America, Dwight D. Eisenhower. Hen viel ook een Engelse oorkonde ten deel waarin o.a. staat: As a token of gratitude for and appreciation of the help to the Soldiers and Airman of the British Commonwealth of Nations, which enabled them to escape from, or evade capture by the enemy. De families Eikelenboom en De Rooi waren dan ook Nederlandse burgers, die met gevaar voor eigen leven hulp boden aan geallieerde soldaten.
Na de kennismaking op de Marie Paulinehoeve waar de destijds vijfjarige Arie Eikelenboom jr., in de hooischuur demonstreerde hoe snel men daar met hooipakken een volledig onzichtbaar onderkomen kon creëren, werd op Cleefswit vervolgens de crashplek bezocht waar een krans werd gelegd op de plaats waar destijds de inslagkrater lag en drie voormalige collega’s van Jim Brazil, tijdelijk waren begraven. Geëmotioneerd werd ook kennisgemaakt met brokstukken van de Lancaster die al eerder waren verzameld door Sjaak de Veth. Op aanwijzingen van De Veth vond de familie zelf ook nog enkele restanten in de bodem.

Uit archiefbronnen en publicaties1 kan over de crash en de bemanning nog het volgende worden gedestilleerd: Om half één in de vroege morgen van woensdag 26 juli 1943 vond boven Gemert en omgeving een luchtgevecht plaats waarbij de Lancaster die in die nacht werd neergeschoten door de Messerschmitt Me 110G nachtjager van de kommandant van Nachtjagdgeschwader 1, Majoor Werner Streib. Streib was opgestegen van het vliegveld bij Venlo en, samen met zijn radiotelegrafist Helmut Fischer, wist hij die nacht vier Britse bommenwerpers neer te halen. De viermotorige bommenwerper, Lancaster Mk.III (JA 855, PM-A) van 103 Squadron, stortte brandend neer en kwam terecht in een aardappelveld van boer Sevenster op Cleefswit, aan de westzijde van het kerkdorp Elsendorp. Ze was op 25 juli 1943 om 21.57 uur opgestegen van de RAF-basis Elsham Wolds in het Graafschap Lincolnshire. Die nacht waren ruim 700 bommenwerpers op weg naar de industriestad Essen. Tijdens de laatste ogenblikken van de vlucht werd nog een deel van de bomlading gelost. Een bom viel in het domein Koolberg te Westerbeek waar het nogal wat schade veroorzaakte aan huizen en gebouwen. Ook aan de Krommeweg (bij fam. Kanters, nu Gerele Peel) in Elsendorp explodeerde een bom en bleef een blindganger liggen. In de omgeving werd aanzienlijke schade aan enkele boerderijen aangericht. Bij de inslag explodeerde een groot deel van de bomlading van het vliegtuig en de brokstukken werden over een groot gebied verspreid. Bij vertrek bestond de bomlading uit drie bommen van 1.000 lbs, een van 4.000 lbs en 540 brandbommen van 41, 48 en 30 lbs. Daarnaast bevond zich nog een photoflash-bom van 51 lbs aan boord.
Het aardappelveld van boer Sevenster was over een oppervlakte van circa 8.000 m2 vernield en de explosie had in het midden een grote krater geslagen. In de directe omgeving van de krater lagen de lijken van twee van de inzittenden. Deze doden, schutter Sergeant James Henry Thornton en mecanicien Sergeant Kenneth Charles Tate, werden aan de rand van het perceel tegen de bosrand tijdelijk begraven en hun graven voorzien van een kruis. Tate was echter op dat moment nog een onbekende. Beide werden op 29 juni begraven op de begraafplaats ‘De Oude Toren’ te Woensel, Thornton grafnummer EE-83 (later EE-93) en Tate nummer EE-84. Een dag na de crash werden, vlakbij de plaats van het ongeluk, nog resten van een derde dode gevonden, navigator Pilot Officer John Albert Basil Cooper uit Australië. Ook hij kreeg in eerste instantie een veldgraf in de bosrand, ook als een onbekende. Hij kreeg op 31 juli een laatste rustplaats te Woensel, grafnummer EE-91. Dezelfde dag werd op zo’n 9 kilometer ten zuidoosten van Elsendorp in de gemeente Oploo tussen Westerbeek en Vredepeel, het lijk van bommenrichter Sergeant Georg Harry Newbolt gevonden. Hij werd op het militaire kerkhof van Venlo begraven en na de oorlog overgebracht naar de begraafplaats Jonkerbos in Nijmegen. Het lichaam van tweede piloot Flight Sergeant Kenneth Archer werd eerst op de 29ste gevonden door Duitse militairen die het wrak bewaakten. Zijn lijk lag in een perceel rogge op zo’n 100 meter van het wrak. Ook hij zou op 3 augustus zijn laatste rustplaats vinden bij ‘De Oude Toren’ te Woensel, eerst in graf EE-93 en later in EE-83. De militairen die het lichaam van Archer ontdekten, vonden verder nog een niet ontplofte bom in hetzelfde roggeveld. De nabijgelegen boerderij van Bert Kanters die al veel schade had geleden bij de crash – het dak lag er deels af en de kozijnen met de ramen lagen er uit – werd nu geheel ontruimd en ook de buurtbewoners moesten evacueren. Vader Bert en zoon Harrie Kanters sliepen op door de raamopening naar buiten getrokken bedstukken in een nabije sloot tot het explosief op 5 augustus onschadelijk was gemaakt. Tot dat moment leverde de politie van Gemert bewaking bij de bom.

Drie bemanningsleden, piloot Squadron leader G.R. Carpenter, bommenrichter Sergeant J.M.I. Bucklitsch en radiotelegrafist Sergeant Jimmy L. Brazil hadden het brandende toestel nog op tijd met het valscherm kunnen verlaten. Bucklitsch liep na zijn landing naar de boerderij van boer Bontrup aan de Eerste Stichting te Oploo (nu Gemertsebaan 4). Hij klopte daar aan, werd binnengelaten, te eten gegeven en te slapen gelegd. Terwijl hij sliep werd de burgemeester van Sint-Anthonis geraadpleegd wat met de Engelsman te doen. Deze vroeg aan Bucklitsch wat hij wilde, ontsnappen of in krijgsgevangenschap. De Schot koos voor het laatste waarna de burgemeester hem na enige tijd overdroeg aan de Duitsers van Fliegerhorst Eindhoven (vliegveld Welschap). Carpenter vond na zijn sprong onderdak bij boswachter Loeffen en bij J. Verbeek in Sint Anthonis, het plaatselijke hoofd van ‘gemeentewerken’. Ook Brazil wist te ontkomen door zich verborgen te houden in een hooiberg bij Arie Eikelenboom op de Sijp. Van daar kwam hij bij Teun de Rooi op de Vossenberg onder Elsendorp. Ook hij kwam daarop bij de families Loeffen en Verbeek waar hij Carpenter weer ontmoette. Samen werden zij door de ondergrondse van Sint Anthonis naar Weert geholpen. Via het Belgische Bree kwamen ze in Brussel waar ze werden ondergebracht in een schuilwoning van,, wat naar later bleek,, de Belgische verrader Prosper de Zitter.2 Van Brussel ging het naar Parijs waar ze, met nog zeven andere aan arrestatie ontsnapte bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen, werden gearresteerd. Na een maand van intensieve verhoren door de Gestapo in Fresnes werden ze overgebracht naar het doorgangskamp voor Royal Air Force gevangenen Dulag Luft in de omgeving van Frankfurt en vervolgens naar het krijgsgevangenenkamp Stalag IVB tussen Leipzig en Dresden.3

NOTEN:
1. Gemeentearchief Gemert-Bakel – AG009 Gemeentepolitie Gemert, omslag 77, PV’s 1943, PV’s 649 en 672; Politioneel maandrapport 15.7 t/m 14.8.1943; en brieven in map Gemertana 814.
NIMH, Archief KLu, dossier Luchtoorlog 1940-1945 doos Individuele Crashes 16.6.1943-31.7.1943;
RHCE, Archief Gemeente Secretarie Eindhoven, dossier Oorlogskerkhof De Oude Toren te Woensel, Begrafenisregister.
BAMA, RL 20/246 Kriegstagebuch No.6 Kommando Flughafenbereich 6/III Gilze-Rijen
Sjang Hoeymakers, Wat er van boven kwam in 1940-1945, in: Gemerts Heem jrg.26 (1984) nr.1. p.18-19.
J.M. van Kimmenade-Beekmans, Gemert bezet – Gemert bevrijd, Gemert 1994, p.137.
M. van Sleeuwen, In: Oorlog aan de Maas, Boxmeer 1994, p.81.
W.R. Chorley, Bomber Command losses 1943, Earl Shilton (Leicester), 1996, p.242.
Kees de Bruijn, Speciale dank voor ‘pilotenredders’ uit Elsendorp, in Gemerts Nieuwsblad 22 mei 2012.
http//roodbont.blogspot.com/2007_11_01_archive.html;
2. Prosper de Zitter werd na de oorlog in Duitsland gearresteerd en aan België uitgeleverd. Een Belgische krijgsraad veroordeelde hem tot de dood. Dit vonnis werd op 17 september 1948 door een vuurpeloton in de Rijkswachtkazerne van Elsene voltrokken.
Gemeentearchief Gemert-Bakel, brieven in map Gemertana 814.
www.verzet.org;
3. Dulag Luft lag in Oberursel in de omgeving van Frankfurt; Stalag IV-B was één van de grootste krijgsgevangenenkampen in Duitsland. Stalag is een afkorting voor Stammlager. Stalag IVB was gelegen bij Mühlberg (Brandenburg) in de omgeving van Dresden.

Met dank aan Ad van Zantvoort, Thijs Hellings (www.planehunter.wordpress.com), Adriaan Bevers en Sjaak de Veth.

Bekijk PDF