GH-2011-03 Stippelberg verklaard

STIPPELBERG VERKLAARD

Jacques van der Velden

2011-3 stip1Vogelvlucht. Bekijken we het gebied Stippelberg van een grote hoogte dan zien we dat het gebied Hoogen-Aarle met Kivitsbraak aan de Peelrandbreuk en Stippelberg aan de Storing van Milheeze ligt. Deze gebieden liggen ten westen van deze breuken. Verder hebben ze gemeen dat ze relatief hoog liggen. Woorden in toponiemen zoals berg en hoog bevestigen dat. De westenwinden die het stuifzand meevoerden hebben het zand opgestoven tegen de breukranden. De Stippelbergse Paal waarin ook het woord berg voorkomt hoort volgens mij bij het gebied aan de Peelrandbreuk. Om het woord Stippelberg te verklaren maak ik daarom een onderscheid tussen de grenspaal Stippelberg en het gebied Stippelberg.

Landschap. Volgens de kadasterkaarten van Gemert en Bakel uit 1832, liepen er vroeger vanuit De Mortel landwegen richting Venray en Milheeze. Samen met de weg Milheeze-Oploo in het oosten, omsloten ze een groot heidegebied met stuifduinen. De huidige bossen zijn pas tussen 1890 en 1950 ten behoeve van houtproductie aangeplant. Dit is het gebied Stippelberg dat zich op de Peelhorst bevindt. De Storing van Milheeze, een zijbreuk van de Peelrandbreuk, loopt dwars door het gebied. Deze Milheezer breuk is duidelijk in het landschap zichtbaar. Op het natte hoger gelegen gebied ten oosten hiervan zijn wijstgronden aanwezig. Hier en daar zijn daarom grote brokken ijzeroer aan de oppervlakte zichtbaar. De grenspaal Stippelberg markeerde de oude grens Gemert-Bakel. Hij stond ten oosten van de hoeve Hoge-Aarle. Het gebied is niet te typeren als een stuifduinen gebied. De Hoogen-Aarle en Kivitsbraak zijn wel duidelijk hoger gelegen. De Snelle Loop vond zijn oorsprong in het Witte Ven, dat iets ten oosten van de grenspaal heeft gelegen. Deze beek stroomt naar het westen en verlaat de Peelhorst, waar zij tussen Hoogen-Aarle en Kivitsbraak door loopt. Het hele gebied is al vroeg in cultuur gebracht, waardoor van het oorspronkelijke landschap alleen nog maar de genoemde hoogteverschillen terug te vinden zijn. Zowel in de steentijd als vanaf de middeleeuwen is in deze buurt bewoning geweest.

2011-3 stip2

Naamgeving.

De kadasterkaart van Bakel, Sectie A 06 van 1832, heet De Stippelberg en is een gebied met zandbergen in het noorden van Bakel, dat daarop met Stippelberg wordt aangegeven. Op de droge gronden ten westen van de Milheezer breuk hebben zich stuifduintjes of stippels gevormd. Boven op de breukrand, waar de wijstgronden liggen, zijn hogere stuifduinen ontstaan. Net als bij de vorming van duinen aan zee, bleef hier het stuifzand plakken aan de natte wijstgronden 2. Een van de hoogste duinen, bij het kadaster meetpunt Lange Juffer Stippelberg genoemd, heeft nu de bijnaam “D’n Blikken Emmer”. Dit was het uitgangspunt waarmee de hele Bakelse Peel in kaart werd gebracht. De grenspaal op de grens Gemert-Bakel wordt Stippelbergse Paal genoemd. De kadasterkaart van Gemert, Sectie C 06 van 1832, heet De Heide, waarop de paal staat aangegeven met Borne dite Stebergse Paal. In het dialect spreekt men van steberg of stíberg, waarmee de grenspaal en het gebied Stippelberg wordt bedoeld.

Historie. In een vorig artikel heb ik al verwezen naar de ‘Geemerdtsen Stebarchse Pael’ 3. Alhoewel het een grensgeval is, is Stebarch toch wel een Gemerts toponiem te noemen, zeker als de pael en de kerk van Geemmert samen op een plaatje staan, maar ook omdat deze naam tot het gebied Hoogen-Aarle en Kivitsbraak gerekend kan worden. De oudste schrijfwijzen van deze grenspaal zijn achtereenvolgens Stegeberghs pael 1434, Stebberchs pael 1544, Stebarchse pael ±1600, Steeberch pael 1655 en Stippelbergse paal 1812 4. De oudste schrijfwijzen van het gebied Stippelberg komen uit akten van 1777 5 en 1894 6, waarin Stipberg wordt geschreven.

stegeberg

 

 

*steegberg

g

Steeberg

stebarg

stebberg

*stíbberg

 

Stipberg

stippelberg

 

*stíp berg

p

 

Tab.1 Schrijfvarianten van Stippelberg (vet gedrukt)2011-3 stip3

 

Samenhang. In tabel 1 zijn de verschillende varianten gerangschikt. De ch en gh op het einde van een lettergreep heb ik vervangen door g. Deze spelling was gebruikelijk om een verscherpte keelklank aan te geven. De cursieve namen met ster zijn *constructies en in de laatste kolom staat de letter die exclusief is voor de varianten op dezelfde regel. Ik denk dat we hier te maken hebben met een samenstelling van twee woorden. Het eerste woord verliest de g zoals dat ook gebeurt in de uitspraak stiebeuwgel ‘stijgbeugel’ in het dialect van Kempenland 7. Een van de typische kenmerken van het Oost-Brabants is de verkorting, zoals in wátter-water, hímmel-hemel maar ook Gímmert-Gemert 8. Van e naar í is daarbij in ons geval een logische wisseling van klinkers, want het verkleinwoord voor steeg ‘landbouwweg’ in het Gemerts dialect klinkt als stígje 9. In het dialect sprak men vroeger van steberg of stíberg. Volgens het Middelnederlandse woordenboek (1200-1500) is barch met a zoals in Stebarch ook een variant van berg. Hiermee denk ik de overgang van steeberg, stebarg, stebberg naar de door mij veronderstelde uitspraak *stíbberg te hebben verklaard. Zoals de uitspraak *stíbberg kon ontstaan door het verlies van de g denk ik dat *stíbberg ook kan ontstaan uit stipberg door verlies van de p. Dan is het mogelijk dat zowel de grenspaal Stippelberg als het gebied Stippelberg werden uitgesproken als *stíbberg, wat in ieder geval niet strijdig is met de uitspraak steberg of stíberg in het dialect. De jongere varianten met p kunnen ontstaan zijn uit *stíbberg, dat gearticuleerd uitgesproken klinkt als *stíp berg, vergelijk uitspraak ik hep ‘ik heb’. Een b op het einde van een lettergreep krijgt door verscherping de klank van een p. En de variant met stippel kan gezien worden als stip met verkleiningsuitgang -el. Echter, ik heb geen afleidkundig (etymologisch) verband gevonden tussen de woorden stege, steeg en stip, stippel. De varianten met p kunnen ook totaal nieuwe woorden zijn die gebaseerd zijn op elementen in het landschap.

Betekenis. Na wat zoekwerk ben ik tot de conclusie gekomen dat stege van de basis van het werkwoord stijgen komt. Stijgen betekende oorspronkelijk ‘gaan in het algemeen’, maar is verengd tot ‘in de hoogte gaan’. Ook het woord steil is een afleiding bij de wortel van stijgen. In het Oudnederlands (voor 1200) betekende steyga ‘trap’ en in het Middelnederlands stege ‘steile weg, helling’ 10. In het huidige Nederlands betekent steeg ‘nauw straatje’ en in het Gemerts betekent steegt ‘landweggetje’. Allemaal woorden die afgeleid zijn van de wortel van het sterke werkwoord stijgen, steeg, gestegen. De Duitse familienaam Steiger voor wie woont aan een Steige ‘steil hellende straat’, is verwant aan de Belgische familienamen Steghers, Van der Stegen, In de Steeg, Steege, Steger, Steychman, Stegeman, Steegmans en Stigman 11. In het dialect is berg te beschouwen als enkelvoud bèrg ‘berg’, maar ook als meervoud bèèrg ‘bergen’ 12. Uit dit alles concludeer ik dat oorspronkelijk stegeberg ‘steile berg(en)’ betekent

Volksetymologie. Het zoeken naar de herkomst van woorden is van alle tijden, de grondslag voor etymologie als wetenschap daarentegen is pas aan het eind van de 18e eeuw gelegd. Het woord stip is volgens deze wetenschap verwant met stijf en stift en betekent ‘punt, spits’, dus de naam stipberg betekent ‘puntberg, spitsberg’ 13. Voor het gemak gebruik ik verder alleen de betekenis ‘punt’. De ontwikkeling van Stegeberg ‘steile berg(en)’ naar Stipberg ‘puntbergen’ en Stippelberg ‘puntige bergjes’ is een vorm van volksetymologie, omdat er geen wetenschappelijk etymologisch verband bekend is tussen stege en stip. Een minimale klankwijziging van het onbegrepen woord *stíbberg krijgt met Stipberg weer een vertrouwde betekenis. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat *stíbberg uit een nieuw woord Stipberg is ontstaan, dat alleen een relatie heeft met het landschap. Dit zou heel goed kunnen, want de vorm stipberg ‘puntberg’ voor de grotere stuifduinen lijkt mij heel passend. De vele stuifduintjes die als stipjes of stippels in het gebied voorkomen hebben dan vermoedelijk model gestaan voor de keuze stippelberg met verkleiningsuitgang -el. Het onafhankelijke toponiem Stippelberg bij Westerlo ondersteunt die gedachte denk ik.

Elders. In Uden op het Achters Loo komt het toponiem steeuwicht voor. Steeuwicht wordt uitgesproken als stuwicht 14. Het eerste deel van het samengestelde woord wordt in verband gebracht met het werkwoord ‘staan’ en het tweede 2011-3 stip5deel met het woord weech ‘wand’. De verklaring steeuwicht ‘staande wand of stuwwand’ wordt ondersteund door het landschap. De Steeuwicht noemt men de moerassige hooggelegen weilanden of wijstgronden die daar aan de Peelrandbreuk zijn gelegen. In de helling tussen hoog en laag komt een ondoorlaatbare verticale wand van klei en ijzeroer voor. Dit is de staande wand of stuwwand die verhindert dat het water naar het lager gelegen terrein afvloeit. Ik zie veel gelijkenis met het eerste deel van steeberch waarbij ik veronderstel dat de u in 2011-3 stip4steeuwicht onder invloed van de w is ontstaan. Mogelijk gaat het hier dus ook om stegeweech > steeweech > steeuwicht ‘steile wand’, wat volgens mij de situatie prima beschrijft. In de omgeving van Steegberg bij Sevenum (Nederland, Limburg) en Stippelberg bij Westerlo (België, Antwerpen) hebben zich ook stuifduinen gevormd. Dit zullen ook vormen van de toponiemen Stegeberg en Stippelberg zijn.

Conclusie. De grenspaal Stippelberg oorspronkelijk Stegeberg klinkt in het dialect als *stíbberg, maar het gebied Stippelberg oorspronkelijk Stipberg klinkt hetzelfde. In het dialect geschreven als steberg 15 of stíberg. Stegeberg verliest zijn g en Stipberg verliest zijn p waardoor het uiterlijk vrijwel identieke woorden worden. Door verkorting kan steberg ook stíberg worden, waardoor de woorden volledig identiek klinken. De ontwikkeling Stippelberg volgt later en wordt dan de gemeenschappelijke naam voor alles. Dit kan allemaal gebeuren omdat in het gebied rond de grenspaal Stippelberg geen ‘steile berg(en)’ meer voorkomen en omdat het gebied Stippelberg nog wel ‘puntbergen’ en vooral ‘puntige bergjes’ heeft die als stippels in het landschap liggen. Bovendien is er een afdoende volksetymologische verklaring die het mogelijk maakt dat *stíbberg ook *stíp berg kan worden. Meervoud bergjes voor het gebied en enkelvoud berg voor de paal lijkt mij juist. Stippelberg betekent dus puntige bergjes, maar deze naam is ten onrechte ook aan de grenspaal gegeven. De naam hiervan zou Stegeberg met als betekenis steile berg moeten zijn. Deze opmars van de naam Stippelberg lijkt overigens niet te stuiten, want op dit moment wordt hiermee in publicaties en rapporten al het gehele boscomplex Bakel, Milheeze en De Rips, inclusief Beestenveld en Nederheide aangeduid. En met de nieuwe golfbaan Stippelberg, compleet met schuilhutjes in de vorm van stippels 17, is dat gebied al weer groter geworden. Het is bijna voorspelbaar dat de populariteit van golf en deze naam ertoe zal leiden dat eerdaags op het internet serieus gesproken wordt van Gemert gelegen aan de voet van de Stippelberg.2011-3 stip6

Afb.7 D’n Blekken Emmer 18.

 

BRONNEN:

Boeken en Internet.

1 http://watwaswaar.nl/#bg-Ho-6-1-1v-1-3o4O-1DyS—jlK Kadasterkaart Afb.1

2 http://www.ivn.nl/docs/200912190031083153.pdf Waterschap De Aa, Brabantse wijstgronden in beeld.

3 Jacques van der Velden, Landmeer verklaard, GH jrg.51, 2009, nr.2, pag.19.

4 Jan Timmers, Langs de Palen ‘De grens in de Peel’, GH jrg.39, 1997, nr.1, pag.26-27.

5 Raad en Rentmeester Generaal der Domeinen, BHIC toeg.nr.9, inv.nr.43, fol.170, 1777.

6 Notaris Karel Theodorus van Riet Deurne, inv.nr.114,akte nr.96, 27-6-1894, koop 15.

7 Cor Hoppenbrouwer, De taal van Kempenland, lemma stiebeuwgel < stiejge.

8 Jos Swanenberg, ’t Gímmers: dialect op een driesprong, GH, jrg.44, 2002, nr.2, pag.15.

9 Wim Vos-Martien van der Wijst, Gemerts Woordenboek, lemma steecht, stíchje, pag.154.

10 http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/steeg1

11 Frans Debrabandere, Woordenboek van de familienamen, 2003, lemma Steegmans.

12 Wim Vos, Nééj Gímmerse Spèlleng (NGS) – deel 2, GH, jrg.43, 2001, nr.1, pag.16.

13 Etymologisch woordenboek van het Nederlands, onder hoofdredactie van dr. Marlies Philippa met dr. Frans

Debrabandere en dr. Arend Quak, 2004, Amsterdam University Press. Lemma: stijf.

14 Adriaan Sanders, De huizen en bewoners van Achters Loo, April 1993, pagina 9.

15 http://www.erfgoedgeowiki.nl/index.php?title=STIPPELBERG_PAAL

16 Sjang Hoeymakers, Houtvesterij De Peel. Afbeelding 99.

17 ED, Helmond Plus, Pag.28, donderdag 5.5.2011. Bij onweer in ondergrondse hut.

18 http://www.erfgoedgeowiki.nl/index.php?title=BLIKKEN_EMMER

Bekijk PDF