GH-2009-04 Eindhoven huurde Gemertse meester 1602-1605

EINDHOVEN HUURDE GEMERTSE MEESTER 1602-1605

MEESTER WILLEM MAES [MASIUS VAN GEMERT]

Johan Melssen

In het jaar 1602 zit de stad Eindhoven vrij plotseling zonder Latijnse ‘meester’. De stad geeft voerman Cornelis Aelberts 2 gulden om de pastoor en mr. Peter Rythovius (secretaris) naar Gemert te brengen om daar ‘den Latijnse schoolmeester te huren.’ Volgens aantekening van de stadssecretaris gebeurde dat op 3 december 1602. Een dag later brengt een bode de pastoor het bericht van de Latijnse schoolmeester dat de pastoor meteen doorzendt naar Aert van Hoeffve.1 Daarop komt de pastoor met schepenen en mr. Willem ‘Masius’, ‘aankomende schoolmeester’, op 9 december bijeen om een akkoord te sluiten.2

Op 29 december 1602 is Masius weer ten huize van Van Hoeffve ‘om de school te bedienen’, dus dit keer om zijn contract te tekenen; overigens is hij voordien al in Eindhoven geweest om de school te bezien.

Het contract met Maes stelt dat het ‘stedeken Eyndhoven’ door het vertrek van heer Aert Christoffels geen schoolmeester meer had, tot groot nadeel van de jeugd en de jonkheid. De magistraat sluit daarop ‘tot instructie van die jonkheid’ eind december 1602 een akkoord met mr. Willem Maes, die het schoolmeestersambt binnen de stad aanneemt voor een periode van 6 jaar. Na drie jaar kan afstand worden gedaan van dit ambt als een van beide partijen dat zou willen, met inachtneming van een opzegtermijn van een half jaar.

Mr. Willem krijgt daarvoor jaarlijks 100 gulden, te weten van de stad en van de H. Geest samen 70 gulden en van het kapittel 30 gulden, en verder 1 mud rog van de stad, 1 mud van de H. Geest en 1 mud van de deken der stad. Bovendien zal hij vrij zijn van alle stadslasten en accijnzen en krijgt hij van iedere klerk of student jaarlijks 30 stuivers.

Het contract gaat in te St. Jansmis midzomer, dat is 24 juni 1603, en Masius wordt na verloop van tijd beloond3 en zal daarnaast als blijk van dank van de stad een ton bier (of daarvoor 6 gulden) ontvangen tot ‘de intrek van de dienst’4 en van de heren van het kapittel jaarlijks nog eens vier gulden.5

Dat hij ook werkelijk vrij was van de stadslasten blijkt onder meer uit de schouwlijst van 1604, waar bij ‘meester Willem schoelmeester’ wordt aangetekend ‘niet ontvangen’.6

Met Kerst 1603 is sprake van uitbetalingen door de borgemeesters aan mr. Willem Maes van 35 gulden voor zijn verdiend loon als schoolmeester van de stad Eindhoven, van 6 gulden voor de waarde van een ton bier, hem ex favore vergund, van 9 gulden en 18 stuivers voor de waarde van een mud rog en 1 gulden en 5 stuivers van bodenloon van Gemert op Eindhoven. Bovendien betalen de borgemeesters aan de accijnsmeesters 3 gulden en 16½ stuiver voor bieraccijns van het door mr. Willem gebruikte bier, omdat ‘het kapittel en de suppoosten daarvan vrij zijn’ (1602/3) of omdat de magistraat hem bij zijn aanstelling vrijdom van de bieraccijns had beloofd c.q. omdat hij ‘vrij is met het kapittel’ (1603/4).

Ook per Kerst 1604 krijgt hij 36 gulden en 9 gulden als waarde van 1 mud rog uitgekeerd. Per St. Jansmis 1605 krijgt hij 22-10-0 voor zowel het geld als de rog7, wat inhoudt dat dit een half jaarsalaris is. 2009-4 eindhoven1Masius van Gemert stapte per St. Jan 1605 dus weer uit de Eindhovense dienst.

NOTEN:

1. Van Hoeffve zal toen de president-schepen van Eindhoven zijn geweest.

2. Nog [8 december 1602] heeft de schoolmeester, van Breda komende, verteerd wat de borgemeesters en schepenen met de pastoor hebben afgesproken 1-4-0. Onduidelijk is of deze post met de schoolmeestersposten in Eindhoven verband houdt, of met de gevangenschap van de pastoor van Eindhoven in Breda eerder in 1602.

3. Dus achteraf.

4. Bij het aangaan van de betrekking.

5. Regionaal Hist. Centrum Eindhoven (RHCe), Rechterlijk archief Eindhoven, invnr. 1551, aktenr. 148, 28 december 1602. Stuk getekend door Joannes Keutsius namens het kapittel, Wilhelm Maess, P. Rythovius (secretaris); L.G.Houben, Geschiedenis van Eindhoven I (Turnhout, 1889), 310 lijkt zijn benoeming op 26 april 1601 te dateren.

6. RHCe, Archief van de stad Eindhoven 1437-1810, inv.nr. 501, Bijlage borgemeestersrekening 1603/4, Rekening schouwgeld.

7. Op een andere plaats is sprake van 6 vaten ter waarde van 6 gulden per 25 juni 1605.

Bekijk PDF