GH-2003-04 Kapittelstokjes

KAPITTELSTOKJES

STEMPELTJE

Nou had die Leonardt Peters het dan toch eindelijk voor elkaar: op 19 april 1681 mocht hij voor het eerst zijn handtekening zetten onder een akte in het Gemerts schepenprotocol. Er was wel een klein probleempje, want Leonardt kón zijn handtekening niet zetten. De andere schepenen maakten de verplichting, hen opgelegd door de commandeur van de Duitse Orde, om eigenhandig hun signatuur onder een akte te zetten, met wisselend succes waar. In onbeholpen hanenpoten of zwierige krullen vereeuwigden zij telkenmale hun naam. Maar Leonardt moest erkennen dat zijn fijne motoriek niet zó fijn was. Hij kon niet schrijven. De ganzenveer leidde in de vingers van de nieuwbakken schepen een geheel eigen leven, en kliederen op dat dure protocollenpapier was natuurlijk uit den boze.

Wat nu? Goede raad was in 1681 ook al duur. Wie uiteindelijk op het idee is gekomen, wordt in de minuutakten niet vermeld, maar Leonardt schafte zich een noviteit aan, een oplossing voor zijn analfabetisme, namelijk een stempeltje! Niet zo maar een stempeltje, met een of andere onbenullige afbeelding. Nee, een stempeltje met zíjn naam, LINDERt PETERS. Akkoord, die kleine ‘t’ was een beetje een dissonant, en die ‘S’ leek erg veel op een vishaak, maar verder had niemand zo’n stempeltje en iedereen was het erover eens: de techniek staat tegenwoordig voor niets!

De eerste keer dat Leonardt zijn stempeltje echt en officieel mocht gebruiken, ging het nog wat mis – pure zenuwen – maar vanaf de tweede keer stond er fier en zéér duidelijk leesbaar de naam van schepen Leonardt – Lindert – Peters. Alsof het gedrukt was!

Simon van Wetten

 

BRUILOFT MET “CADEAU-TIP” NIET ALLEEN VAN ONZE TIJD

Op 2 september 1649 schreef zekere R. van Tienen uit ‘s-Hertogenbosch een uitnodiging aan het adres van het Gemertse dorpsbestuur om aanwezig te zijn op de trouwerij van zijn neef op 7 september daaraanvolgend. Tegelijk vraagt hij daarbij om ‘een cadeau in natura’. Gebraden wild moet het zijn, en hij verzoekt om dat een paar dagen van tevoren te willen laten bezorgen. Een ‘Cadeau-tip’ of zoiets als een ‘Amerikaanse fuif’, zijn dus geen uitvindingen van de moderne tijd. De uitnodiging voor de bruiloft in 1649 is zorgvuldig bewaard in het Gemeenterachief van Gemert.1 Hierna volgt de exacte tekst:

De Borgemeesters ende Regeerders tot Gemert werden mits deesen versogt mij de vrindschap te doen ende coomen tegens den 4de, 5de oft 6de van de toecoomende maent September mijn keucken van wiltbraet voorsien alsoo mijn neeff op den 7de September sal trouwen ende de bruijloft hier t’mijnen huijse sal wierden gehouden, sullende bij gelegentheijt t’selve werden aen ingesetenen sothe(?) te erkennen.

Actum ‘s-Bosch den 2den September 1649. T v Tienen

Aan bovenstaand verzoek is het dorpsbestuur van Gemert nog tegemoet gekomen ook. Want op de uitnodiging is in een ander handschrift aangetekend: Op dit voorseit versoeck is gevolcht aen mijn heer Thienen te weten: twee haesen ende drije coppelen hoender ende vier coppelen patereijsen.

Maria van de Vossenberg-Lorteije

NOOT:

1. Gemeentearchief Gemert 1407-1794 inv.nr.931

 

GEMERTSE PRIESTERSTUDENTENCLUB?

De Heemkamer kreeg jaren geleden bijgaande foto met op de achterzijde de tekst “Het R.K. Gemertsch Studentencorps O.N.S.” De foto werd gemaakt op 12 augustus 1930. De ‘club’ was toen op de ‘brokken’ bij pater J. v. Houtert in de Nieuwstraat. De club ging een week voor diens eerste H. Mis gezamenlijk de kerk en het woonhuis versieren.

Op de foto zien we zittend vlnr: 1. Antoon van Houtert 2. kapelaan Sliepen 3. Johan van Houtert 4. Piet van Ganzewinkel 5. André van de Crommenacker Staand vlnr: 1. Frans Rooijmans 2. Hein Manders 3. Paulus Bouw 4. Harrie Jansen 5. Harrie van den Elsen 6. Piet Verhofstad 7. Jan Verhoeven 8. Piet Sleegers 9. Willy Frunt 10. Theo Scheepers 11. Jan van de Laar 12. Frans van Dijk 13. Hein Verhoeven 14. Jan van der Wijst.

Wie van onze lezers kan ons nog meer vertellen over deze club? Was het een club voor alleen maar priesterstudenten, of mochten ook andere studenten lid worden? Wat betekenen de letters O.N.S.? En… was er een verband met de Studentenvereniging ‘Edward Poppe’ van de leerlingen van de Latijnse School?

 

GEMERTSE TORENUURWERKMAKER WERKTE OOK IN THORN

De actieradius van de Gemertse torenuurwerkmaker Hendrick de Jong moet nog een stuk uitgebreider zijn geweest dan de aanvankelijk gedachte 20 tot 30 kilometer rond Gemert. Binnen een maand na het verschijnen van het tweede deel over de Gemertse horologiemakers uit de zeventiende en de achttiende eeuw (Gemerts Heem 2002 nr.4) kwam er een reactie van Ruud Mestrom uit Maastricht die ons attendeerde op een onderhoudscontract van Magister Hendrick de Jong uit Gemert in zake het onderhoud van het kerkhorologie van de abdij Thorn. Voor 40 Reichsthalers zou Hendrik het betreffende uurwerk gedurende een periode van 10 jaar onderhouden.

Het contract werd opgemaakt in het jaar 1703. En men had toen al enige ervaring met de Gemertse magister horologium, want uit de Thornse archieven was ook al een tekst komen boven drijven: “Hatt H(err)Canonicus Beeren auf sich genommen einen Horologiemächer von Gemert zu bestellen umb dasiger kirchen horologium zu visitiren, und wegen reparation mit demselben zu accordiren.” Het geleverde werk van Magister Hendrik de Jong moet dus ook hier goed zijn bevallen. De actieradius van de Gemertse horologiemeester strekt zich inmiddels uit van het Graafschap Megen aan de Maas in het noorden tot het Vorstendom Thorn, voorbij het Land van Horne, in het zuiden. (Bron: Gemeentearchief Thorn, Kapittel 537, Protocollen 1703)

Ad Otten