GH-2002-02 Een vondst van de bovenste plank

Een middeleeuwse sleutel in een ankerbalkgebint

Jan Timmers

De boerderij Broekstraat 21 wordt momenteel behoorlijk onder handen genomen. Het gebouw wordt opgeknapt, aan de buitenzijde gerestaureerd en verder bewoonbaar gemaakt. Omdat het in dit geval gaat om een bijzondere boerderij met een bijzondere vorm is de verbouwing vooraf gegaan door een bouwhistorisch onderzoek. Dit onderzoek leverde belangrijke historische gegevens op van het pand. Op zichzelf al meer dan voldoende aanleiding om daaraan een artikel te wijden, wat we nog even te goed houden. Na dit onderzoek werden in het inwendige van de boerderij nog aanvullende waarnemingen gedaan. Onder meer werd een oorspronkelijk stuk van een oude vakwerkwand aangetroffen. Al die informatie leidt tot de veronderstelling dat de houtconstructie van de boerderij zeker teruggaat tot in de zeventiende eeuw. We zullen het nu verder niet hebben over de bouwhistorie van het pand, maar over een wel zeer bijzondere vondst op een erg onverwachte plaats.

Bij het opknappen en herstellen van één van de ankerbalkgebinten werd een sleutel aangetroffen in één van de gaten die destijds in de gebintstijl werden gehakt om daaraan middels een pen-gat-verbinding een schoor vast te maken. Een gesmede ijzeren sleutel met een vorm die al meteen deed denken aan een behoorlijke ouderdom. De lengte van de sleutel is niet groot, ca 6 cm, en de baard (het stuk van de sleutel dat je in het slot steekt) is relatief groot. De vraag was of er wellicht toch iets meer over de ouderdom van zo’n sleutel valt te zeggen. Er is niet zoveel literatuur over sleutels, maar in een boek over archeologische vondsten uit Amsterdam staat een nagenoeg identieke sleutel afgebeeld. Ook kort met een relatief grote baard. Opvallend is de gelijkenis met de vorm van de baard van de twee sleutels. Dat die twee sleutels een vergelijkbare ouderdom moeten hebben staat vast. Het toeval wil dat bij benadering bekend is hoe oud de Amsterdamse sleutel is. Hij dateert uit de periode 1450 – 1550. Zo’n 500 jaar oud dus 1.

2002-2 vondst12002-2 vondst2Sleutels uit die periode, zeker de kleinere sleutels zoals ons exemplaar, werden gebruikt voor sloten van kisten of kistjes. In die kistjes werden uiteraard de kostbaarheden van de eigenaar bewaard. Met dat soort sleutels moet je natuurlijk zorgvuldig omgaan. Je legt ze niet zomaar onder de deurmat of op de vensterbank (afgezien van het feit dat er nog geen deurmatten of vensterbanken waren). Voor de sleutel van hét kistje zoek je zorgvuldig een plek uit. Een plek, waar de meest ervaren inbreker nog niet aan zou denken. Je ziet het al voor je. In de eikenhouten stijl in “den hert” zit een smalle opening op de plaats waar een houten schoor is bevestigd. Een uitermate geschikt plekje toch? Ware het niet dat er achter die smalle spleet nog een holte zit. Als de sleutel weer eens wordt weggestopt en nét wat dieper de opening in dan anders, dan valt de sleutel verder de holte in. Zo ver dat je er met geen mogelijkheid meer bij kunt. Weg sleutel. En om dan maar meteen de houtverbinding uit elkaar te halen om die sleutel weer te pakken te krijgen met het risico dat het hele huis in elkaar zakt, dat is natuurlijk wel wat veel gevraagd.
En dan zoveel eeuwen later wordt alsnog de houtverbinding losgemaakt en is de vinder van de sleutel zeer verrast door de vondst 2.
Hoe noemen we zo’n vondst nu? Is het een bouwhistorische vondst of een archeologische vondst van boven de grond? We houden het maar op een vondst van de bovenste plank. En nu het kistje nog……, want dat kon niet meer open,…. toch? Maar nu weer wel.

NOTEN:

1. J. Baart (red), Opgravingen in Amsterdam, twintig jaar stadskernonderzoek, Amsterdam 1977, blz 371, vondst nr 700.
2. Met dank aan de familie Koenders, die zorgvuldig op zoek gaat naar een geschikt plekje voor de sleutel……

Bekijk PDF