GH-1999-03 Het Gemerts kasteel op IJsland

Paul Verhees

Beschrijvingen van de brand die in 1883 een deel van het Gemertse kasteel verwoestte waren er wel. Maar illustraties van de ravage die de brand had aangericht, waren tot voor kort in Gemert niet bekend. Afgelopen zomer ontdekten mijn vrouw en ik tijdens onze vakantie op IJsland vier tekeningen van het Gemerte kasteel uit de Jezuïetentijd. Daaronder is een tekening van het zwaar gehavende hoofdgebouw na de brand. De originele tekeningen hangen in het Nonnahús, een klein museum in Akureyri op noordelijk IJsland. Wij maakten er reproducties van om ze in Gemert te kunnen laten zien.

.

De ontdekking

We ontdekten de tekeningen stomtoevallig. We waren in IJsland op vakantie. Het land trok ons vanwege het bijzondere landschap en de natuur op dit vulkanische eiland. Ook van de cultuur wilden we wat meepikken, want het land is rijk aan sages en legenden. Dus bezochten we hier en daar een museum. Aan de noordkust van IJsland in het 16.000 inwoners tellende Akureyri was dat het Nonnahús. Hier hebben de IJslandse schrijver Jón Sveinsson en zijn broer Ármann in hun jeugd gewoond. Jón en Armann Sveinsson werden door hun moeder Nonni en Manni genoemd. Dankzij de twaalf boeken die Nonni over zijn jeugd met Manni schreef -in circa veertig talen vertaald- gingen hun verhalen de wereld rond. In het museumpje waren de boeken en allerlei andere wetenswaardigheden rond de schrijver en zijn broer verzameld

“Dat lijkt de donjon van ons kasteel in Gernert wel”, grap ik, kijkend naar een ingelijste tekening aan de wand in het museum. Mijn vrouw denkt dat het Alden-Biezen moet zijn, want tekenaar Manni is volgens begeleidende teksten in Frankrijk en België geweest. Evengoed nog een gewaagde gok, want hoe zouden tekeningen van bouwwerken van Duitse Ridders in vredesnaam in deze uithoek van een dunbevolkt eiland terecht komen?
Intussen bekijk ik ook de andere tekeningen wat beter. Op een volgende prent is in ‘helikopterview’ (ja, ja, ruim een eeuw geleden) een overzicht van het kasteel geschetst. De hele lay-out komt overeen met het kasteel van Gemert. Er staan alleen wat onduidelijke bouwsels voor het hoofdgebouw, die we daar nooit gezien hebben.
Een tekening van het hoofdgebouw – waarop ook die ons onbekende lage gebouwtjes- begint mijn vermoeden te bevestigen dat mijn eerste indruk geen grap was. Daarnaast hangt een tekening waarop de boel in puin ligt. Kennelijk na een brand en ik weet uit mijn parate kennis dat er eind vorige eeuw een grote brand heeft gewoed op het Gemertse kasteel.

Wacht eens. Er staat in potlood iets onder de tekening geschreven. ‘Gemert nach den Brand von Manni’ lees ik. Een gevoel van sensatie overvalt ons, alsof we net een onbekende Rembrandt hebben ontdekt. We staan in een museumpje (kleiner dan het Gemertse Boerenbondsmuseum) in de grootste stad van Noord-IJsland (kleiner dan Gemert) en kijken naar tekeningen van ons Gemertse kasteel.
Ter plaatse spreek ik al hardop de veronderstelling uit, dat het bestaan van deze tekeningen in Gemert niet bekend zal zijn. Vooral die tekening van de ravage na de brand is bijzonder, want bij mijn weten zijn er geen andere illustra-ties van die brand.

Ik spoed me naar de conservatrice van het museum en vraag haar of we reproducties kunnen krijgen van de tekeningen. Daar overvallen we haar mee. Ik mag er wel foto’s van maken en ze geeft me het adres waar ik de reproducties later schriftelijk kan bestellen.

De tekenaar

Uit het bevolkingsregister van de gemeente Gemert blijkt, dat Manni (de tekenaar) op het kasteel heeft gewoond. Manni, die eigenlijk Ármann Sveinsson heette, staat hier te boek als Herman Svenrsson, geboren op 8 september 1862 in Modruwollum Islande, als student in Gemert ingeschreven op 10 september 1881 en geroyeerd 10 september 1889. Over Manni is verder niet veel bekend. Zelfs de gegevens over zijn geboorte- en sterfjaar zijn niet eenduidig. In een museumfolder over zijn broer Nonni staat dat Manni in 1873 naar Frankrijk is vertrokken en op 23-jarige leeftijd is overleden. In hetzelfde museum staat echter op een tekstpaneel bij de tekeningen dat Manni (1861-1885) op 24-jarige leeftijd aan tbc is overleden in het Belgische Leuven.

Op het tekstpaneel lezen we ook dat drie van de vier tekeningen die wij herkennen als afbeeldingen van het Gemertse kasteel, zijn gemaakt tussen 1874 en 1884 in Gemert-höll. De vierde tekening zou gemaakt zijn in Sjávarmynd (hetgeen IJslands voor Chevremont zou kunnen zijn).

De informatie in het Gemertse bevolkingsregister is echter ook niet volledig correct. Herman Svenrsson heette Ármann Sveinsson, maar mogelijk zijn er bij het overschrijven van een eerder handschrift fouten geslopen in de tekst van het register. De geboorteplaats van Manni, in het gemeenteregister geschreven als Modruwollum, heet Mödruvellir (waarbij de d op z’n IJslands moet worden uitgesproken als het Engelse th). Het jaartal 1889 kan een administratieve uitschrijving zijn, maar kan ook een verkeerde overschrijving zijn van het jaar 1884.

Van de IJslandse schrijver Jón Sveinsson (Nonni) zijn in Gemert geen gegevens aangetroffen. Over hem hebben we in het Nonnahtús wel meer informatie gevonden. Jón Sveinsson is op 16 november 1857 in Modruvellir geboren en op 16 oktober 1944 overleden in Keulen en aldaar begraven.
Nonnie en Manni zijn met hun ouders in 1865 naar Akureyri verhuisd. In een folder lezen we dat hun moeder al vroeg weduwe was. Omdat ze geen geld had om de kinderen op te voeden, ontfermde zich een Franse edelman over de twee. In 1870 werd Nonni op dertienjarige leeftijd naar Denemarken gehaald, waar hij zich tot het katholicisme bekeerde. Later ging hij naar de Latijnse school in het Franse Amiens waar Manni hem in 1873 volgde. In 1878 trad Nonni in bij de Jezuïeten en ook hier volgde Manni enkele jaren later zijn grote broer. Nonni studeerde er vijf jaar lang literatuur, filosofie en theologie. Toen de Jezuïeten in 1881 het Gemertse kasteel kochten, startten ze daar met de opleidingen filosofie en theologie. Nonni doorliep zijn studies in Frankrijk, België en Nederland, lezen we in een foldertje dat bij de museumentree wordt verstrekt. Omdat hij voor zijn studies filosofie en theologie terecht kon in Gemert, is het mogelijk dat ook Nonni op het Gemertse kasteel heeft gewoond. Maar bewijzen daarvoor hebben we niet gevonden.

Vast staat dat Manni de ravage van de kasteelbrand in 1883 heeft gezien, want daarvan getuigt één van zijn tekeningen.

De tekeningen van Manni zijn heel gedetailleerd en zijn waarneming van de brandschade komt heel nauwkeurig overeen met de geschreven verslagen uit die tijd. De tekeningen die Manni in Gemert van het kasteel maakte, zond hij met brieven naar zijn moeder in Akureyri. Zo zijn ze uiteindelijk in het Nonnahús terecht gekomen, waar ze nu temidden van boeken en andere tekeningen permanent tentoongesteld zijn.

De brand

De brand waarvan Manni de ravage tekende, ontstond in de nacht van 19 op 20 april 1883 in een door de Jezuïeten aangebouwde smidse en timmerwerkplaats aan de voorkant van de westvleugel van het hoofdgebouw De brandweer kon weinig uitrichten tegen de vlammenzee die ‘op vijf uur gaans’ in de wijde omtrek te zien was. Dat weten we uit verslagen uit die tijd. Ad Otten heeft in zijn nieuwe boek ‘Elke seconde telt…’ over vierhonderd jaar Gemertse brandweer uitvoerig uit die bronnen geput. Ook Ton Thelen citeerde al eerder in ‘Commanderij Gemert, Beeldend Verleden’ uit die verslagen.

Op de tekening van Manni is te zien hoe het linker aanbouwtje volledig is verwoest. De Jezuïeten hebben de twee aanbouwtjes waarschijnlijk neergezet in de droge grachtbedding en daarbij gebruik gemaakt van muurtjes die er al stonden. Dat zou verklaren waarom de gebouwtjes lager en dieper liggen dan de andere bebouwing. Op de tekening van Manni is door het verwoeste dak te zien, dat onder in het hoofdgebouw nog altijd een raam van de oorspronkelijke bouw zat. Van het andere raam, dat op eerdere foto’s en tekeningen te zien is, was een deur gemaakt.
Zoals in de archiefbronnen is beschreven, sloeg het vuur via de daklijst over naar de zolder van het hoofdgebouw en verwoestte in twintig minuten de hele kap. Door omlaagstortende balken vatten ook de lagere etages vlam. De gevolgen zijn te zien op Manni’s tekeningen.
De brand vernielde het interieur van de huiskapel, de bibliotheek, de conferentiezaal van de studenten en de kamertjes van de novicen. De refter, de keuken en het studentenverblijf bleven gespaard.

In een jaarverslag van de gemeente Gemert is een paragraaf aan de brand op het kasteel gewijd. We lezen:
“In den nacht van 19 op 20 April is het zoo prachtige kasteel ‘Gemert’, bewoond door de Eerwaarde paters Jesuiten, voor een aanzienlijk gedeelte af- en uitgebrand. De brand ontstond in den timmerwinkel, een door hen bijgebrachten bouw; hij nam zoo in uitgebreiding toe, dat tot stuiting geen kans bestond. Door diens hechtheid is de bouw niet vernield kunnen worden en is die alzoo thans weder geheel gerestaureerd en geheel betrokken. Een kostelijke inboedel, kerkornamenten, gouden en zilveren sieraden, schier alles is verbrand, alleen de bibliotheek is ten deele gered. De geleden schade aan het gebouw en den inboedel is zelfs bij benadering niet te schatten en is het ook niet uitgelekt tot welk bedrag die door de betrokken assurantiemaatschappij is geregeld.”

Volgens een artikel in De Zuid-Willemsvaart van 21 april 1883 -daags na de brand- werd de schade geraamd op ongeveer tweehonderdduizend gulden. De Jezuïeten lieten bij de herbouw een andere kap op het hoofdgebouw zetten, zodat ze ook kamertjes op zolder konden inrichten. Deze ‘Franse kap’ zit nu nog altijd op het kasteel.

Zie PDF