GH 2020-01 Van Gassel en Gemert

Hans van de Laarschot

Op Lucasdag, 18 oktober 2019, is het boek Lucas Gassel, meester-schilder uit Helmond verschenen. In het boek worden het leven en de werken van Lucas Gassel uitgebreid beschreven. Ook zijn familie en voorouders komen aan bod. Zijn grootvader is geboren in Gemert. In het Lucas-Gasseljaar even wat aandacht voor zijn Gemertse voorouders.

De Roespeckr in Gemeret

Op 18 februari 1481 sluiten twee cremers (handelaren) in Gemert een handeltje met elkaar. Jan Claessoen, die men heyt die cremer, verkoopt die dag het goed de Roespecker aan Goyart Goyartssoen, die ook die cremer wordt genoemd. De Roespecker ligt aan waterloop de Rijsp en bestaat uit een huis, hofplaats en hof. De naam betekent ‘akker aan de Roesp’. De Roesp of Rijsp kennen we nu als De Rips. Aan weerszijden liggen de erven van de nazaten van Hendrik Aarts en van Hendrik Willems. Op de Roespecker drukt een jaarlijkse last van negen vat rogge. Nadat de schepenen van Gemert de transactie tussen de twee kremers hebben vastgelegd, belooft de koper van de Roespecker de pacht voor de eerste keer op Maria Lichtmis over een jaar te zullen betalen aan juffrouw Margriet van Gemert met daarenboven een geldbedrag van 18 peters. In de koopakte wordt vermeld, dat verkoper Jan Claessoen het goed eerder zelf gekocht had van Thonis, een bastaardzoon van Claes van Gassel.1

Claes van Gassel en zijn zonen

Claes is een telg uit de familie Van Gassel , die zich in de eerste helft van de 14de eeuw in Helmond vestigde; de oudst bekende in Helmond is Salomon van Gastel. Claes is een zoon van Jan Willems en Liesbeth van Gassel. De moeder is zelf ook een bastaardkind, met Wautger van Gassel2 (1343 – 1424) als vader. Door haar blijft de familienaam verbonden aan de nazaten, ook al heet de vader Jan Willems. Claes is op enig moment in de 15de eeuw in Gemert terechtgekomen. Twee van zijn zonen zijn gegoed in Bakel. Bastaardzoon Sander woont op Overschot en ‘wettige’ zoon Hendrik verhuist door zijn huwelijk met Geertruyt van Lieshout van Bakel naar Deurne.3

Twee andere zonen van Claes wonen in Gemert. Jan trouwt met Ghijssel van Heyst. Zij gaan wonen aan de Deelstraet4 en hebben grond aan die Hey en in ’t Molenbroeck5. Thonis is, zoals gezegd, enige tijd de eigenaar van de Roespecker. Het recht op de daarop rustende jaarlast van 9 vat rogge draagt hij op 9 maart 1480 over aan juffrouw Margriet van Gemert, de dochter van Jan van Gemert. Thonis ontving die pacht jaarlijks zelf nadat hij de Roespecker verkocht had aan Jan Claessoen die cremer.

Op die negende maart verkoopt Thonis ook zijn recht op de ontvangst van 30 gouden Peters plus een jaarlijkse pacht van 9 vat rogge. In een Gemertse schepenakte is vastgelegd dat Goosen Goosen Olieslegers die verschuldigd zijn aan Thonis van Gassel. Jacob van der Hugevoort koopt die rechten van Thonis over en zal daarvoor vóór Pinksteren 50 gouden Peters betalen.6

Grootvader van meester-schilder Lucas Gassel (ca. 1488 – ca. 1569)

Zeer waarschijnlijk maakte Thonis van Gassel zijn bezittingen te gelde om Gemert te kunnen verruilen voor Deurne. Met zijn tweede vrouw, Belie, gaat hij vlak bij de Deurnese kerk wonen. Een van hun kinderen is Jan, die – zelf schilder – circa 1488 zijn eerste kind op de wereld zet: Lucas Gassel7, de later alom bekende meester-schilder. Gemertenaar Thonis van Gassel is dus grootvader van deze vaardige landschapsschilder. Werken van Lucas Gassel hangen in musea en bij particulieren over heel de wereld. In Nederland, België, Duitsland en andere Europese landen, in Amerika en ook in Nieuw-Zeeland. Hij was wat onhandig in het schilderen van figuren, maar daarentegen meesterlijk in het verbeelden van landschappen. Lucas Gassel komt in de archieven ook voor als Lucas van Helmont. Helmond is de plaats waar hij tijdens zijn jeugd woonde. Vandaar is hij de wijde wereld ingetrokken om zich verder in de schilderkunst te bekwamen. De laatste decennia van zijn lange leven woonde en werkte hij in Brussel, waar hij is gestorven. Uit zijn Brusselse periode zijn de meeste van zijn werken bekend, waarvan een aantal gedateerd en gesigneerd met zijn monogram LG. Zijn panelen vertellen veel kleine, eigentijdse verhalen. In zijn landschappen zijn talrijke anekdotes en andere verhalen verstopt. Echte zoekplaten, die het verdienen om aandachtig bekeken te worden.

Noten:

1. GA Gemert-Bakel, archief schepenbank Gemert, inv.nr. 96, akten 101 en 102, 18-02-1481.

2. Wautger van Gassel investeert in 1398 in de Gemertse hoeve Ter Vondervoort in relatie tot Gerrit van der Vondervoort, die het goed heeft gepacht van Johan van Gemert, de zoon van juffrouw Liesbeth van Eyke. RHCe, 15240, archief schepenbank Helmond, inv.nr. 3787 (oud 214), f. 5-5v, akte 19, 22-04-1398.

3. Ger Jacobs en Hans van de Laarschot, 2019. Lucas Gassel, meester-schilder uit Helmond; hoofdstuk 7 Het Helmondse Gassellandschap.

4. GA Gemert-Bakel, archief schepenbank Gemert, inv.nr. 96, akte 190, 20-02-1482.

5. GA Gemert-Bakel, archief schepenbank Gemert, inv.nr. 96, akten 62 en 63, 23-07-1480; akte 105, tussen 15-01 en 25-02-1481. Zie voor Jan Claessoen van Gassel ook inv.nr. 95, akten 36 en 37, 14-03-1473.

6. GA Gemert-Bakel, archief schepenbank Gemert, inv.nr. 96, akten 34, 35 en 36, 09-03-1480.

7. In de familie Van Gassel komen meerdere zonen met de naam Lucas voor. Ad Otten vermeld in zijn artikel Van Gemert naar Helmond: een weg uit vergetelheid in Gemerts Heem een doodslag door Lieven Lucas Gassel in 1578. De vader van Lieven is een neef van de schilder. Gemerts Heem 1986 nr 4, blz. 109-115.

8. Op Lucasdag, 18 oktober 2019, is het boek Lucas Gassel, meester-schilder uit Helmond verschenen, geschreven door Ger Jacobs en Hans van de Laarschot. In het boek worden het leven en de werken van Lucas Gassel uitgebreider beschreven. Het boek geeft gelegenheid de tientallen bekende werken van de meester-schilder goed te bekijken en de vele verstopte verhalen te ontdekken. Van 10 maart tot en met 7 juni 2020 is in De Kunsthal van Museum Helmond de tentoonstelling Lucas Gassel, meester van het landschap te bezoeken. Tientallen werken van Lucas Gassel zijn dan voor de eerste keer verenigd in een overzichtstentoonstelling. G E

GH-2020-01-Hans-van-de-Laarschot-Van-Gassel-en-Gemert.pdf

GH 2020-01 Nieuwe straatnaam Maria Aertshof. Wie was Maria Aerts

Ad Otten

Zij is de echtgenote van Theodor Borret, rentmeester van de Commanderij Gemert. Na het overlijden van haar man (medio 1786) volgt zij hem op als rentmeester. Een vrouw met die functie is in die tijd uitzonderlijk.

Maria Petronella Aerts is geboren op 30 december 1746 in het Limburgse Broekhuizen (nu deel van de gemeente Horst aan de Maas). De inschrijving in het doopregister vermeldt haar vader als rentmeester. Financieel beheer lijkt met de paplepel te zijn ingegeven. De gegoedheid van de familie zien we onder meer uit de doopgetuigen, respectievelijk een priesterbroer van haar moeder en de met een schout gehuwde zus van haar vader. Als jong volwassene trouwt Maria in januari 1772 met de voor de Commanderij Gemert werkzame rentmeester Theodor Borret, zoon van de landsrentmeester van Ravenstein. Dit rentmeesterschap is bepaald geen lichte baan. Theodor Borret is het hoofd financiën, of deftiger gezegd de thesaurier-generaal van de Soevereine Rijksheerlijkheid Gemert. Een functie die de inkomsten en alle financiële besognes omvat van het bezit van de Duitse Orde in Gemert alsook van alle goederen van de Commanderij Gemert in Aarle-Rixtel, Bakel en Milheeze, Cromvoirt, Deurne, Erp, Geldrop, Haren, Heeze, Leende, Liessel, Nistelrode, Schayk, Vught en Zesgehuchten.

De familie Borret-Aerts neemt in 1772 zijn intrek in één van de gebouwen van het kasteelcomplex te Gemert waar zes dochters en een zoon worden geboren. Maria Christina (22.1.1773), Henrica Antonia Cornelia (1.10.1774), Huberta Margareta (7.5.1776), Theresia (3.9.1778), Aloysia Josepha (31.7.1780), Antonius Joseph Lambertus (12.8.1782), en Petronilla (5.4.1784) die als kind al overlijdt.

Maria Aerts wordt vroeg weduwe. Theodorus Borret, rentmeester en raadsheer, overlijdt ‘in de Commanderie’ op 19 juni 1786. Hij is evenals Maria pas 39 jaar. De oudste dochter is dertien, de jongste twee. Het weerhoudt Maria niet om als weduwe Borret de functie van haar overleden man over te nemen. Uit de residentie van de landcommandeur van de Duitse Orde in Maastricht wordt de jonge Ordepriester Jan Hubert Robijns naar Gemert gestuurd om ‘Madame Borret’ bij te staan. Ook hij stamt uit een rentmeestersfamilie, die al meerdere generaties voor de landcommanderij Alden Biezen werkzaam is.

In een te Grave in het jaar 1793 uitgegeven Comptoir- en Schrijfalmanack is een voor Gemert interessante ‘Naam-wyzer’ opgenomen van ”Der Hooge en Mindere Amptenaaren en Regeering-Leden, der Hoogduitsch Ordens Souveraine Heerlykheid Gemert1. Onder de kop “Rentmeester der Commanderie” lezen we daar ”Douariere, wyle den Rentmeester T.A. Borret; de zaake waarneemende J.A. Robyns, d. O. Priester”. In een schrijven van 28 juli 1787 van Robijns aan zijn superieur in de landcommanderij noemt hij zich “l’ administrateur de la recette”. Een paar jaar later is hij in Gemert tevens conrector-directeur van de Latijnse School en vanaf die tijd treedt hij ook regelmatig op als loco-commandeur.2 Robijns heeft Maria Aerts ongetwijfeld heel veel werk uit handen genomen maar als rentmeesteres is zij wat betreft de financiën van de Souveraine Commanderie toch de eerstverantwoordelijke.

Rentmeesteres met groene vingers

Ook op een geheel ander terrein is de weduwe actief. In 1786 teelt zij binnen de grachten van Gemerts kasteel eerdbeziën oftewel aardbeien. Dat is dan iets nieuws. Op 15 juli 1786 wordt in Gemert baron Franz von Reischach als de nieuwe landcommandeur en de nieuwe vorst van Gemert ingehuldigd. Madam Maria heeft daarbij een bijzondere taak. Haar man is vier weken tevoren overleden en nu is zij de hoofdbewoonster van het kasteelcomplex waar in de hoofdburcht voor de vorst altijd een eigen kamer in gereedheid wordt gehouden. Haar valt de eer te beurt Zijne Excellentie de sleutels van het kasteel aan te bieden. En we mogen ervan uitgaan dat ze het hoge bezoek als medebewoner tijdens één van de bezoekdagen met gepaste trots zeker ook haar zomerkoninkjes getoond zal hebben…

Een paar jaar later gaat Maria Aerts ook asperges telen en dat is helemaal een novum. Binnen de kasteelgracht komen aspergebedden en met spanning kijkt de Vrouwe van het kasteel dan al uit naar de tijd dat ze de eerste asperges zal kunnen steken. Maar dan krijgt Gemert in de persoon van Jan Francis Meijer een nieuwe drossard en hem schijnt behalve huisvesting op het kasteel verdorie ook grond te zijn toegewezen waar onze rentmeesteres-metde- groene-vingers ‘eerdbeziën ende asperjes’ teelt. Als Madam dat ter ore komt, schrijft ze meteen een protestbrief aan de hoogedele landcommandeur om die te herinneren aan de bijzondere teelt die zij juist daar – zoals Zijne Excellentie zich wellicht kan herinneren – ter hand heeft genomen. Lang duurt het niet of drossard Meijer wordt te verstaan gegeven dat hij in elk geval de aardbeien en asperges van Madam de Rentmeester ongemoeid moet laten.3

Bewoonster Rentmeestershuis in Franse Tijd

In de herfst van 1794 wordt Gemert door de Fransen bezet en na een paar jaar zelfs officieel bij Frankrijk ingelijfd. Ook het kasteel eigenen ze zich toe als oorlogsbuit. Maar Madame Borret mag er toch nog heel wat jaren blijven wonen. Dat blijkt onder meer uit een voor 1799 voor de hele Commune Gemert aangelegd en in de Franse taal gesteld bevolkingsregister. Iedereen boven de twaalf jaar wordt met naam vermeld alsook de leeftijd en het beroep. Maria Petronilla Aarts, 51 jaar, beroep niet ingevuld, woont met vier dochters van respectievelijk 26, 23, 21 en 18 jaar in het zogeheten Rentmeestershuis dat deel uitmaakt van de voorburcht.4

Twee bedienden (servantes) zijn inwonend. In de hoofdbouw woont dan het gezin van de griffier van het een jaar eerder in het leven geroepen Vredegerecht alsook de gemeentesecretaris Jean Crol. Het is een bijzonder onzekere tijd. De ene verandering volgt op de andere. In 1800 verkopen de Fransen Gemert aan de Bataafse Republiek en vanaf dat moment wordt spijtig genoeg het bevolkingsregister oftewel het Tableau des Habitants niet meer bijgehouden. Maar het ziet er naar uit dat Madame Borret nog zeker tien jaar in het Rentmeestershuis is blijven wonen. Intussen is de Bataafse Republiek opgedoekt en het Koninkrijk Holland uitgeroepen met Lodewijk Napoleon als koning. Hoogst opmerkelijk is het dat vanaf januari 1806 de Duitse Ordepriester Robijns weer officieel in functie is als rentmeester van de goederen van de voormalige Commanderie van de Duitse Orde maar dan nu als beheerder van Frans oorlogsbuit. Het Franse beleid ten aanzien van deze goederen frustreert Robijns en dat zal hij ook beslist met Madame Borret hebben gecommuniceerd. Op 4 juni 1808 schrijft rentmeester Robijns een bezwaarschrift naar den Intendant-Generaal van Koning Lodewijk in Amsterdam en vermeldt daarin dat hem ter ore is gekomen dat alle goederen van zijn Rentambt met uitzondering van het kasteel, tienden en erfpachten, maar ook de binnen de grachten gelegen kasteelhoeve overgedragen zullen gaan worden aan “den Keijser van Frankrijk”. Hij protesteert daartegen met klem en gaat er zelfs van uit dat ook de koning het daarmee toch niet eens zal kunnen zijn… Twee jaar later moet Koning Lodewijk het veld ruimen, wordt het koninkrijk Holland ingelijfd bij het keizerrijk Frankrijk en valt het vruchtgebruik van kasteel en alle ordegoederen toe aan maarschalk Oudinot die al in januari 1810 als opperbevelhebber van de Franse troepen in Bataafs Brabant, nog voor de inlijving, naar hier is gedirigeerd.

Huize Borret

Madam Borret is al enige jaren haar woning niet zeker. Op 6 oktober 1807 koopt zij op een publieke veiling het grote huis met maar liefst vier schoorstenen aan het Binderseind dat vroeger tot woning diende van drossard De la Court en zijn gezin.5 De koopsom bedraagt 2555 gulden. Het pand heeft veel achterstand wat betreft onderhoud en op 1 juli 1808 wordt ‘in het woonhuis van Mevrouwe Aerts’ aan de hand van een ’oculaire inspectie’ door een timmermans- en een metselaarsbaas in het bijzijn van baljuw Kesschiettre le Havre en schepenen geïnventariseerd wat er nog vernieuwd en gerenoveerd dient te worden. Het wordt een hele lijst van gebreken. De daklijst, de plankenvloer in de grote kamer, de toegangspoort, de glasramen in de kamers aan de straat, enz. enz. tot en met reparatie van het dak en de muren aan de buitenzijde. In februari 1809 vindt de definitieve overdracht plaats en verklaren de vorige eigenaars de kooppenningen te hebben ontvangen. We gaan er van uit dat Madame Borret zich in die tijd met haar dochters, inwonende bedienden en mogelijk pensiongasten in de gerenoveerde woning zal hebben gevestigd. Het is het pand dat de erven Borret in 1847 zullen verkopen ten behoeve van de stichting van klooster Nazareth. Zo’n veertig jaar kennen de Gemertenaren het pand dan als “Huize Borret”. Terwijl ook het laatste lid van de Duitse Orde in Gemert, te weten Jan Hubert Robijns die tot 1818/1819 nog verbonden is aan de Gemertse Latijnse School uiteindelijk bij Madame en haar dochters een laatste thuis vindt.

Maria Borret-Aerts overlijdt op 15 mei 1829. Zij is dan 82 jaar en in Gemert de hoogstaangeslagene voor de personele belasting. Jan Robijns, 75 jaar, overlijdt in Huize Borret een kleine vier jaar later op 11 februari 1833. Mejuffrouw Aloysia Borret, 52 jaar, is dan de hoofdbewoonster. Haar broer Anton Joseph Lambert Borret, die wordt beschouwd als het hoofd van de familie, heeft Gemert al vóór 1800 verlaten. Hij studeert aan de universiteit in Keulen, promoveert als 21-jarige in 1803 te Utrecht en maakt een bliksemcarrière. In de eerste jaren van het Koninkrijk der Nederlanden is hij al een BN-er. In 1825 kan hij het zich zelfs permitteren het door koning Willem I aangeboden goeverneurschap van Nederlands- Oostindië niet aan te nemen. Als eerste katholiek en nog net dertiger (!), is hij al lid van de Raad van State. Na het gouverneurschap van Limburg benoemt koning Willem II hem in 1842 tot Gouverneur van Noord-Brabant, welke titulatuur in 1850 wordt omgezet in die van Commissaris van de Koning en dat blijft hij tot 1856. Hij stamt uit het Soevereine en niet- Brabantse Gemert maar wordt desalniettemin beschouwd als de eerste Brabander op die post. In de provincie Noord-Brabant is hij bijzonder populair en wordt gezien en geëerd als dé grote emancipator van het eeuwenlang onderdrukte Staats-Nederlandse deel van het oude Brabant.

In Gemert is naar hem de Borretstraat genoemd en in januari 2020 is zijn moeder voorgesteld als ‘naamgeefster’ van een dan nog te realiseren Maria Aertshof, gelegen tussen de Dr. Douvenstraat en Drossard Meijerstraat.

Noten:

1. In een volgend Gemerts Heem wordt op een aantal bijzonderheden van de laatste Naamwijzer van het Souveraine Gemert nader ingegaan.

2. Ad Otten, De laatste van de Duitse Orde: Jan Robijns, schoolleider en rentmeester, in: GH 1994 nr.1, p. 19-30.

3. Ad Otten, Aardbezien en asperges van Borret, in GH 2008 nr.2; Martien van der Wijst, Toen de landcommandeur in Gemert werd ingehaald, in GH nr.30, lente 1968, blz.14-15.

4. Met dank aan Peter van den Elsen betreffende de gegevens over de bewoning van de verschillende gebouwen van het kasteelcomplex in 1799 (bron: Staatsarchiv Düsseldorf – Bevölkerungsliste Commune Gemert, 1799; Het gemeentearchief Gemert-Bakel beschikt over microfiches van dit bijzondere bevolkingsregister alsook over een toegang gemaakt door Ben vd Berg en Peter vd Wijngaard.

5. Simon van Wetten, Tussen hoogmis en herberg, Gemert 2016, p.256-257 (bron: Gemeentearchief Gemert-Bakel Gemert R195 f.1); Jan Timmers en Peter van den Elsen, Het Landboek 1717-1816, Gemertse Bronnen deel 3a, landboeknr. 1428; (Weduwe Borret koopt het pand van de erven Arnold Tony Maas, voorheen van de erven De La Court).

GH-2020-01-Ad-Otten-Nieuwe-straatnaam-Maria-Aertshof.-Wie-was-Maria-Aerts.pdf

Heemavond

De Kadaster viewer

Bij de heemkundekring stelt tijdens openingstijden het programma Kadaster Archiefviewer beschikbaar. Tijdens de Heemavond van woensdag 29 januari 2020 van 20.00 tot 22.00 uur, zal Jan Timmers weer met u de mogelijkheden bekijken van de Kadaster viewer.

Breng uw laptop of tablet mee, of maak gebruik van onze computers om aan de slag te kunnen.

De Kadaster viewer geeft de mogelijkheid om het Archief van het Kadaster van af 1832 te bekijken.

Niet alleen de kadastrale leggers waarin alle grondeigenaren met hun bezittingen worden vermeld,

Maar ook alle kadastrale hulpkaartjes, die getekend werden bij veranderingen in het Kadaster kunnen worden bekeken.

Wij zien u graag op onze Heemkamer Ruijschenberghstraat 3b in Gemert,

De koffie staat klaar.

Heemkundekring “ De Kommanderij Gemert”

voor meer informatie https://www.brabantsheem.nl/0629-wat-is-de-kadaster-archiefviewer.html 

Heemkaffee Gemertse Vorsten

Heemkaffee zondag 12 januari 2020

Gemertse vorsten, door Ad Otten

Gemert is nooit deel geweest van Hertogdom Brabant. In de twaalfde eeuw zijn adellijke Van Gemerts hier soeverein vrijheer. Zij zijn de oudst bekende vorsten van Gemert. De toetreding tot de Duitse Ridderorde van edelman Rutger van Gemert leidt begin 13de eeuw tot een soevereine tweeheerlijkheid met een residentie in Gemert (Van Gemert) en één in Handel (Duitse Orde). Als de Orde in 1366 alle nog bestaande soevereine rechten van de Van Gemerts koopt, ontstaan de plannen voor het kasteel in Gemert. Tot de tijd van Napoleon, dus ruim 400 jaar, worden daarna alleen nog landcommandeurs van Alden Biesen als vorsten van Gemert ingehuldigd.

Wie waren zij en wat deden zij? Ad Otten vertelt er over. Hij kan kiezen uit een lijst van 45 vorsten. De meeste aandacht gaat daarbij naar de vorsten van de Duitse Orde uit de periode 1366-1794. Vijfentwintig persoonlijkheden die ook buiten Gemert er echt toe doen. Het zijn veldmaarschalken, generaals, loco-grootmeesters, prins-bisschoppen, hoge diplomaten en raadsleden van vorsten met Europese bekendheid. De meesten bezitten echter alleen in Gemert de waardigheid van vorst. Het predikaat van ‘Duitse Ridder’ zal Ad ook bijstellen. Tot in de achttiende eeuw zijn het immers allemaal Dietse Ridders. In 1630 is zelfs een Helmondse Dietse Ridder kandidaatvorst van Gemert. Voor het daarvan komt sneuvelt hij in Polen.

Natuurlijk wordt stil gestaan op wat de individuele vorsten voor Gemert betekenden en wat ze hier nog steeds aanwijsbaar hebben nagelaten.

Plaats: Heemkamer

Tijd: 11.00 – 13.00 uur

Toegang gratis, consumptie voor eigen rekening

In Memoriam Peter Lathouwers

Op 13 mei 2019 is totaal onverwachts Peter Lathouwers overleden. De geboren en getogen Handelnaar is 64 jaar geworden.

Ad Otten schreef een mooi In Memoriam

Iedereen neem ik graag even mee terug naar 1977. Bestuursverkiezing bij de Gemertse heemkundekring, bekend gebleven als een paleisrevolutie en een coup van vier jongeren. Eén van hen was Peter Lathouwers, 22 jaar. Een uitzonderlijke leeftijd als bestuurslid van een vereniging die voor de overgrote meerderheid bestond uit ouderen. Ik was veruit de oudste van de nieuwe garde en het is me altijd bijgebleven hoe Peter zich schaarde aan de sterk verjongde bestuurstafel. “Wat kan ik doen?” (en) “Zég ’t mar!”

Woorden die, na zo’n 42 jaar,hem zijn blijven tekenen als doener. Als ’n gróte doener. Peter werd de nieuwe penningmeester, ‘d’nbèèlhaawer’ heet dat in ’t Gímmers mar zelf koos hij voor ‘de lathaawer’. In die functie was hij betrokken bij alle activiteiten. De meeste waren nieuw. Werkgroepen, praatavonden, boekuitgaven, cursussen, samenwerking met het gemeentearchief, tentoonstellingen, huur en inrichting van een ‘thuis’ in de Latijnse School, en niet te vergeten het eigen Hándels onderzoek.

In een paar jaar tijd verzamelde hij ook álle krantenberichten van 1880 tot en met 1900 over Gemert en de kerkdorpen. Een selectie is uitgegeven onder de titel Gemerts Nieuws. Hij startte ook een nieuwe uitgavenreeks Gemert-in-beeld met oude prenten van – let op de volgorde – Handel, Mortel, Elsendorp, Gemert. Mét Peter van den Elsen schreef hij de Geschiedenis Lager Onderwijs in Handel en met dezelfde Peter in 1982 bij gelegenheid van een groot gildenfestijn ‘Dor hedde de Skut’. Een bijzonder en betrouwbaar handboek over de oudste verenigingen van Gemert. Elke schut kan zich daarin spiegelen.

Na zes jaar penningmeester/lathaawer wordt Peter voorzitter van de heemkundekring en blijft dat twaalf jaar (1995). En de kring bleef groeien: in leden, in boekuitgaven en in activiteit. Voor Handel staat Peter in de heemkundekring óp, voor een stichting tot behoud van de Handelse keskes. Alle beelden waren onthoofd. Zonder hem (en Ton Grassens)hadden we geen Keskesdijk van Gemert naar Handel meer gehad. En… zouden we zonder Peter nog dát van Gemertse makelij zijnde 17de-eeuwse orgel hebben gehad? Peter zorgde ook voor de juiste beschildering van dát wapenbord dáár van de toenmalige Vorst van Gemert, financier van ’n orgelrestauratie tweede helft 18de eeuw. Wist u dat landcommandeur Casper Van der Heijden de Belderbusch, premier was van het Keurvorstendom Keulen? Jahaa, dat was ok gin kleine jongen. Peter en ik hebben ‘m goed gekend…

Intussen ben ik amper halfweg Peters’ inzet voor historisch en cultureel erfgoed van Handel en de rest van Gemert. Ik moet heel veel overslaan. Twee dingen moeten me nog van ‘t hart.

EEN: Nauwelijks ‘n week geleden stuurde Peter een mailtje met in Lübeck gemaakte foto’s van een eeuwenoud pand met op de zijgevel ’n fraai wapenbord van de Duitse Ridders en in grote letters de datering “Um 1220”. Te gekke vondst! Dat is ‘t jaar dat de Orde ook in Handel de Commanderij vestigt, die twee eeuwen later naar Gemert gaat.En dan komt meteen ok in me op: ’n stralende Peter met geheven vinger “Op Hándel is álles begonnen!”

TOT BESLUIT breng ik in memorie zijn zo prachtig vormgegeven “In eeren ende oirbaer Onser Vrouwe te Haenle – Kerk en bedevaart Handel” uit 2005. Ik heb ’t altijd genoemd de museumgids van alle Schatten van Handel. Greetje, Peter junior, Martijn, hij noemt jullie op de eerste pagina met dank voor alle geduld. Bij die dank van een bijzondere en sterke steunpilaar, ook voor ons, sluit ik me namens de heemkundekring heel graag aan.

Ad Otten

GH- 2018-01 Van Rochushuis tot Hyteps

Elisabethplaats 30 in Gemert (1848-2017)

Simon van Wetten

Er is een prachtig buukske uitgekomen, geschreven door Ad Otten en Jeanine Peeters, geredigeerd door Rob de Haas. Uitgangspunt is het Rochushuis, dat u nog kent als de Wereldwinkel. Ooit maakte dat Rochushuis deel uit van het Gasthuiscomplex aan de Nieuwstraat, de markante rij van gebouwen met – ter hoogte van het kruispunt met de Ruijschenberghstraat- Virmundtstraat – de uit de rooilijn weglopende straatwand. Heel lang is het straatbeeld in het centrum van het dorp gedomineerd door dit monumentale geheel. Eeuwig zonde dat het aan de sloophamer ten prooi is gevallen. Zo niet het Rochushuis. Het staat er nog steeds en is recentelijk gekocht door Jorlan Peeters, die er zijn high-tech bedrijf HyTEPS in heeft gevestigd.

In het boekje vormt het Rochushuis weliswaar de draaicirkel, maar in die draaiing passeren we het Oudemannenhuis van Maria Lievens, zijn we in 1874 aanwezig bij de eerste steenlegging van het Gasthuis, en we wonen het aangaan van een overeenkomst bij tussen het Armbestuur en de “Vereeniging van Vrouwen”, waardoor de zusters Franciscanessen uit het klooster Nazareth zich gaan bemoeien met de verzorging van oude mannen, vrouwen en andere hulpbehoevenden. De uitbreiding van het Gasthuis met “Het Hoedje” leidt naar de volgende stap: de bouw van het Rochushuis in 1905-1906. Vervolgens wordt het straatbeeld ook nog verrijkt met een kapel en in de nis wordt een prachtig beeld van Elisabeth van Thuringen geplaatst. Vele jaren ziet zij neer op de bedrijvigheid in de Nieuwstraat, niet uit hooghartigheid, maar puur standplaatsgebonden. Sinds haar komst spreken de Gemertenaren, mits zij niet teveel haast hebben, ook wel van het R.K. Sint-Elisabethgasthuis. De auteurs leiden ons niet alleen door de Gemertse straat en door de gebouwen van het Gasthuis, zij leiden ons ook door ruim anderhalve eeuw Gemerts wel en wee, vooral het wel en wee van de ouden van dagen. Pastoor Poell maakt zijn opwachting. Hij vindt dat het Sint-Elisabethgasthuis dient uit te groeien tot een echt ziekenhuis. Hij regelt een operatiekamerfonds, en na flink wat verbouwingen en aanpassingen is er vanaf 1935 sprake van een Ziekenhuis van Gemert met een polikliniek, een kraamkliniek en een verpleeghuis.

Terug naar het Rochushuis: daar wordt in een kamer een mortuarium gerealiseerd, want ondanks de aanwezigheid van een ziekenhuis gaan er toch Gemertenaren dood. Na de oorlog huurt het Wit-Gele Kruis het gebouw van het Armbestuur en richt het in als wijkgebouw. Intussen rijgen de kostelijke anekdotes zich aaneen. De schurftbestrijding, de “duizend baby’s van tegenover”, de verhuisperikelen bij het betrekken van het nieuwe bejaardenhuis aan de Kapelaanstraat in 1970, de wonderlijke tocht van het beeld van Sint Elisabeth, de komst van de gemeentelijke afdeling “Sociale Zaken” naar het Rochushuis, de open zandvlakte midden in het dorp, ontstaan na de betreurde sloop van het Gasthuis, weekblad “De Streek” dat Sociale Zaken in het Rochushuis opvolgt, de leden van jeugdsoos Dixie die de zolder bevolken en uiteindelijk de komst van de Wereldwinkel, die er een op het lijf geschreven onderkomen vindt.

“Van Rochushuis tot Hyteps” biedt je de mogelijkheid om, cirkelend in en om het gebied tussen Nieuwstraat, Haageik, Haag en Ruijschenberghstraat, een afgebakend stukje Gemert van nog niet zo lang geleden te verkennen. Desalniettemin betreed je bij het lezen een andere wereld. Want het Gemert van weleer is niet het Gemert van nu. Gelukkig hebben we, bij de vraag hoe het ook alweer was, een steun- en herkenningspunt dankzij het Rochushuis. Én we hebben nu dit fraaie boekje. Ik zou het kopen en koesteren, als ik u was.

Het boekje Van Rochushuis tot Hyteps” is voor €7,50 te koop op de Heemkamer of bij het gemeentearchief.

GH-2018-01-Van-Rochushuis-tot-Hyteps.pdf

GH-1983-01 Over twee tuitpotten en een afvalkuil

Jan Tinmers

Tijdens het schoonnaken van een van de twee kelders in de verbouwde boerderi j De Brauwe Kei werden scherven aangetroffen van een geglazuurde pot van rood aardewerk De scherven bleken afkonstig van een zogenaamde tuitpot 1) die in de keldervloer ingemetseld was om dienst te doen als schrobpot. De pot was vastgezet met behulp van kalkmortel, terwijl de rest van de keldervloer bestaat uit bakstenen die zonder mortel op het gele zand liggen. Alleen scherven van de bodem van de pot en van de zijde die tegen de muur van de kelder zat, zíjn overgebleven, de rest is verdwenen, naar alle waarschijnlijkheid tijdens het leeghalen van de kelder, die jarenlang dienst deed als opslagplaats voor aardappelen en later steenkool. Gezien de beschadigingen met name aan de de ontlerkant van de pot kan gekonkludeerd worden dat de pot  al diverse jaren in gebruik was voordat hij als schrobpot werd begraven.

Hoe oud is deze pot nu? We verkeren in de gelukkige omstandigheid dat in 198o te Nijmegen een soortgelijke pot werd aangetroffen (1), die gedateerd werd in de tweede helft van de 17e eeuw. De breedte van de pot uit Niimegen bedraagt 26,1 cm.. De pot uit De Blauwe Kei is groter (breedte ca’ 33 cm). Beide potten zijn aan de binnenzijde voorzien van lood-glazuur. Aan de buitenzijde is dit alleen het geval met het bovenste gedeelte waar bovendien gele slibversiering is aangebracht. Gezien de overeenkomst tussen de twee potten lijkt het gerechtvaardigd onze pot eveneens te dateren in de tweede helft van de 17e eeuw, eventueel iets vroeger of later. De bouw van De Blauwe Kei wordt in het algemeen geplaatst in het jaar 1734, omdat muurankers in de topgevel dat jaartal aangeven. Nu zeggen muurankers in verband met het bouwjaar ook niet alles, máar de vondst van de tuitpot maakt dit jaartal toch een stuk zekerder. De tuitpot is dan waarschijnlijk te dateren in het eerste kwart van de 18de eeuw.

ToevalligerwiF werd er onlangs in Genert nog een tweêde tuit_pot aangetroffen, die qua vorn en versiering grote gelijkenisvertoont met de al genoenden (fig. 2). Alleàn het bovenstegedeelte is g€vonden en de breedte bedraagt ca. 26 cn. Dezetuitpotrof liever fragrnenten ervan, rnaaktei deel uit van eenveel groter aantal scherven die de heenkundekring onlangskreeg aangeboden van Willen Vos. Willen verzanelde de scher_ven uit het zand dat afkomstig was uit een sleuf die werk_nemers van de pNEM aan het graven waren in de Haag. Hij heeftalleen de Íneest in het oog springende scherven opgeraaptover een afstand van 2 à 3 neter. Het aantal scherven is àogroot dat Ínet zekerheid gesproken kan worden van eên afval_\11] waar de sleuf blilkbaar dwars doorheen gegaan is. Hope_lijk rr’or dt ons in de toekonst de rnogelijkhàià geboden orn derest van de afvalput aan een nader onderáoek te onderwerpen.li8, 1 tuitpot uit Dê Blaure Kêi.

Het materiaal voor zover het nu voorhanden is, is te fragmentarisch om het te reconstrueren en te dateren, maar het lijkt op het eerste gezicht materiaal uit de 18de eeuw. Een klein aantal scherven kan eventueel uit de 17de eeuw stammen. Behalve rood aardewerk komt ook steengoed voor uit Raeren en het Westerwald. Verder vallen een tweetal pijpekoppenop die getlateercl kunnen worden in 1720 respektievelijk 175o (2). Bovendien bevonden zich in het kistje met scherven een negental geglazuurde kogels of knikkers. In een artikel over de opgraving bij de latijnse school werd dieper ingegaan op dit soort voorwerpen (3), waarvan we de funktie tot op heden niet definitief konden achterhalen. Dat het om echte kogels gaat lijkt uitgesloten. Hoe zou zo’n grote hoeveelheid kogels immers terechtkomen in een beerput in de Haag?

NOTEN:(1) Van huisvuil tot museumstuk, catalogus Nijmeegs Museum Commanderie van St. Jan, 1981, catalogusnummer. 20

(2) Voor de methode van datering zie: F.H.W. Friedrich, Pijpelogie, A.W.N.  monografie no. 2′ Voorburg 1975.

(3) J. Timmers, De opgraving bij de Latijnse School (4),  een schoen en andere bijzondere vondsten, Gemerts Heem. jrg. 24, nr. 2, blz.41

1.-Gemerts-Heem-1983-1-Over-twee-tuitpotten-en-een-afvalkuil.pdf

Heemavond: Jan Timmers over Geowiki

Heemavond 24 april 20:00 uur in de Heemkamer

 

Op de Heemavond van woensdag 24 april van 20.00 tot 22.00 uur, zal Jan Timmers uitleg geven over het gebruik van “Erfgoedgeowiki”.

Dit is een website gekoppeld aan een app op je telefoon.

Via de app kun je al wandelend informatie opvragen over het erfgoed ter plaatse.

Niet alleen binnen het dorp maar ook in het buitengebied, in heel Zuid-Oost Brabant.

Breng je telefoon of tablet mee naar de Heemkamer van Heemkundekring “De Kommanderij Gemert”aan de Ruijschenberhstraat 3b in Gemert en laat je verrassen door de vele gebruiksmogelijkheden van “Erfgoedgeowiki”.

Onze heemavond van 27-maart was weer heel gezellig.

Er is op groot scherm uitleg gegeven hoe je foto’s kunt bekijken via Brabant Erfgoed.

Na de zomerstop brengen wij u op de hoogte hoe we verder gaan.

Wat ons betreft een fijne zomer en graag tot ziens.

Gemertse verhalen

Eindhovens Dagblad 10 december 2018

Geschiedenis van Gemert vastgelegd in verhalentafel

GEMERT – Twee jaar zijn leden van Heemkundekring De Kommanderij ermee bezig geweest: het realiseren van een verhalentafel in de bibliotheek. Zondagochtend werd de verhalentafel, een groot uitgevallen touchscreen met daarop allerlei foto’s en filmpjes uit de geschiedenis van Gemert-Bakel, officieel gepresenteerd.

Met de verhalentafel hoopt de heemkundekring persoonlijke verhalen over de geschiedenis van het dorp op te rakelen. ,,Zet een paar bejaarden rondom een scherm met foto’s en de verhalen komen los. Ik mag dat zeggen, want ik behoor zelf tot de doelgroep”, zegt initiatiefneemster Susan Fransen met de nodige zelfspot. 

Tovertafel

In 2016 kwam Fransen, voormalig directeur van Bibliotheek De Lage Beemden, in de Helmondse bibliotheek in aanraking met hun ‘tovertafel’. ,,Daar kon je door je bibliotheekpasje te scannen informatie krijgen over de geschiedenis van je straat. Een mooie combinatie van techniek en geschiedenis die ik ook graag naar Gemert wilde brengen.” Zo gezegd, zo gedaan. Binnen een mum van tijd had Fransen de benodigde 10.000 euro bij elkaar en ontstond er een samenwerking tussen de heemkundekring, bibliotheek, VVV en de KBO.

Twee jaar van plannen maken en voorbereiden volgden. ,,Er moest wel iets komen te staan dat ook echt zou werken. Niemand heeft er iets aan als er een dure tafel komt die in een hoekje staat te verstoffen”, zegt Geertje Gloudemans, programmeur van de bibliotheek. ,,Het belangrijkste is voor ons de interactie tussen jong en oud. De tafel roept verhalen op bij ouderen, maar sluit qua gebruiksgemak weer heel goed aan bij de jongere generatie. Hoe mooi zou het zijn als opa’s en oma’s straks met hun kleinkinderen met de tafel gaan werken?”, aldus Gloudemans.

De tafel roept verhalen op bij ouderen, maar sluit qua gebruiksge­mak weer heel goed aan bij de jongere generatie.

Geertje Gloudemans, programmeur bibliotheek

De heemkundekring heeft de tafel gevuld met informatie over belangrijke gebouwen, straten en personen uit de geschiedenis van het dorp én informatie over vier thema’s: verliefd, verloofd, getrouwd, het kerkelijk leven, het kind zijn en het huishouden. ,,Denk bijvoorbeeld aan een foto van een kolenkit. Er is geen kind die nog weet wat dat is. Zo kunnen we meteen het verhaal vertellen over hoe je vroeger je huis verwarmde”, zegt Fransen.

Eindeloos

Gebruikers kunnen op de tafel allerlei informatie vinden over vroeger, maar dat is zeker niet het belangrijkste. ,,We hopen ook juist de geschiedenis op te rakelen en vast te leggen. De verhalen die mensen bij de foto’s vertellen willen we bewaren voor de toekomst”, aldus Fransen. Hiervoor gaat de heemkundekring vier keer per jaar een bijeenkomst organiseren waarbij altijd een ‘schrijver’ aanwezig is om de verhalen te noteren. De heemkundekring hoopt zo nog veel meer informatie te krijgen over de geschiedenis van Gemert.

De komende jaren zal de verhalentafel worden aangevuld met nieuw beeldmateriaal. ,,Mensen kunnen ook foto’s en filmpjes bij ons indienen voor op de tafel. Zo zouden we bijvoorbeeld ook het archief van de carnavalsvereniging of Omroep Centraal erop kunnen zetten. De mogelijkheden zijn eindeloos”, vindt Fransen. De bibliotheek onderzoekt nog of de tafel in de toekomst ook als ‘smartboard’ kan worden ingezet voor andere doeleinden, zoals bij het Taalcafé.

De mogelijkhe­den zijn eindeloos.

Susan Fransen, initiatiefneemster verhalentafel

De verhalentafel is tijdens de openingstijden van de bibliotheek te gebruiken. Vrijwilligers van het Digipunt geven zo nodig technische uitleg. De eerste verhalentafelbijeenkomst is op woensdag 13 februari van 10.00 tot 12.00 uur in De Eendracht.

 

Extra Ledenvergadering

19 juni 2018

    Beste leden,

Het bestuur heeft een ANBI-status aangevraagd. Om deze status te verkrijgen is het nodig om de statuten te wijzigen. Om de statuten te wijzigen zijn twee ledenvergaderingen nodig. Vandaar deze oproep: eerste algemene ledenvergadering vrijdag 2 maart 2018, 20.00 uur, op de Heemkamer. Enige agendapunt: Voorstel statutenwijziging Heemkundekring De Kommanderij Gemert. (zie hieronder: tekst ‘ANBI tekst statutenwijziging ledenvergadering’)
Voor de duidelijkheid: de (tweede) algemene ledenvergadering met een uitgebreide agenda en muziek na de pauze blijft gewoon staan op dinsdag 27 maart bij Dientje.

Toelichting: de statutenwijziging dient bij eerste vergadering met 2/3 meerderheid te worden besloten met een opkomst van minimaal de helft van de leden. Omdat het bestuur niet dit aantal op de jaarvergadering van maart 2018 verwacht is er een extra ledenvergadering op 2 maart 2018 als formaliteit. Het voorstel zal nogmaals op de agenda komen van de jaarvergadering. Dan volstaat enkel een 2/3 meerderheid van stemmen zonder de opkomst-voorwaarde.

ANBI tekst statutenwijziging ledenvergadering:

Tot 2012 hadden zowel de Heemkundekring als stichting Laurentius Torrentinus fiscaal een ANBI-status. ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instellingen (zoals Greenpeace en het Rode Kruis) en met deze status worden schenkingen (en verervingen) fiscaal gunstig behandeld, vooral bij de schenker maar ook bij de ontvanger. Door gewijzigde wetgeving is destijds de status vervallen. Om deze status opnieuw te verwerven is een kleine statutenwijziging nodig. Noodzakelijk is namelijk dat als of de vereniging of de stichting wordt opgeheven, de overblijvende (geld)middelen naar een vereniging of stichting gaan met ook een ANBI-status. Nu is het statutair bepaald dat als stichting Laurentius Torrentinus wordt opgeheven het restant naar de Heemkundekring gaat, en als deze wordt opgeheven dit naar een instelling met dezelfde doelstelling gaat. Deze liquidatiebepaling wordt voor beide aangevuld met de eis dat de instelling die de middelen bij opheffing verwerft de ANBI-status heeft. Uiteraard blijft statutair bepaald dat resterende middelen bij liquidatie gaan naar een instelling met een zelfde doelstelling als de Heemkundekring. Na het definitief verkrijgen van de ANBI-status zullen in Heemberichten de fiscale mogelijkheden nader worden toegelicht.

Woordelijk wordt de liquidatiebepaling (artikel 19, lid 2) van de vereniging als volgt:

‘In het besluit tot ontbinding wordt tevens bepaald dat een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.’