1611.KADOG848A

1611.KADOG 848A dd 2-3-1611

Transcriptie Jan Timmers

Akte voor schepenen van ‘s-Hertogenbosch waarbij Johan van Nieuwkercken genaamd Nivenheim als man van Heilwich van Vlatten, dochter van wijlen jonker Johan van Vlatten, met instemming van de broers en zusters van Heilwich, te weten Frederik, Reinalt, Maria, Josina, Johanna, Anna en Elisabeth van Vlatten, overdraagt aan Hendrik van Holtrop, commandeur van Gemert een “Hoeffve op Hove” in Erp, als erfmangeling met de tiende van de hoeve Grote Heytraeck in de parochie Deurne die eigendom was van de commanderij van Gemert. Conform de afspraak vastgelegd op 14-4-1594 met commandeur Godert van Aer en na goedkeuring door de hertog van Brabant ook dd 14-4-1594

Joncker Johan van Nieuwekercken genaemt Nivenheim als wittich man ende momboir soo hij verclaerde, van joncfrouwe Heilwich van Vlatten sijne huijsfrouw dochtere wijlen Jonker Johans van Vlatten, erbschenck (als hij leefden) der furstendomps Gulick ende Amptman tot Dueren ende Norvenich, zon wijlen joncker Reijnalt van Vlatten ende jonckvrouwe Johanna van der Donck voor hen selven ende alnoch inden name alnde hem mits desen fort ende sterck maeckende voor joncker Frederick van Vlatten der voirn jonckervrouwen Heilwighen broedere, ende Hendrick van Zoerendoncq gemechticht tot tgeene navolgende is door crachte van zekere procuratie brieven des scholtis schepenen ende heubtgericht der stadt Dueren, in date den veertienden januarii anno sesthien hoendert elf lestleden, endie vuijt crachte der machte denselven daerinne van jonckeren Reynhalt van Vlatten, oyck sone des ierstgenoempde joncker Johans van Vlatten, zo voor hem selven als oyck hem fort ende sterck gemaeckt hebbende voor den voorn jonker Frederick van Vlatten zijnen broedere (zoo blijckende was) gegeven ende verleent, mede oyck die voorsz Zoerendoncq vuyt crachte der machte, ende authorisatie denzelven Zoerendoncq bij jonckvrouwen Maria, Josina, Anna, ende Elizabeth gesusteren, ende dochteren wijlen joncker Johans van Vlatten voirn bij henne onderhandt tekennen onder de voirsz procuratie brieven gestalt vergunnen, gelick allen presentie heeft naerder gebleken bij selve besegelde brieven van attestatie der scholtis, schepenen ende hoochgerecht der stadt Dueren voorsz in dato den negentiensten dach der maent januarii voirsz, Eene hoeffve lants met allen haeren edificien, huijsinghen ende structuren met henne gronden, hoven, ackerlanden, weijden, beempden, heytvelden, houtwasschen, ende andere rechten, ende  toebehoirten derselver gestaen ende gelegen binnen der parochie van Erp gemeynlicken genoempt de hoeffve op Hove ende voorts in alsulcker grootte, voeghen, ende manieren ende met alsulcke gerechtigheden alse deselve hoeve lants met haere attinentien voorsz ter plaetsen voirsz gelegen is ende den voirsz opdrageren inder voirsz qualiteyt midten doot ende aflijvicheijt des voirn zaliger jonker Johan van Vlatten hennen vader is geadvolveert ende aenverstorven ende gelijckerwijs Jan op Hove desere hoeve lants metten toebehoirten der selver in sijn gebruijck ende tuelinghe is hebbende. Te samen oijck met allen de gerechticheijt den voirsz transportanten inder voirsz qualiteyt competerende inde afflossinghe van ennighe thienden onder Erp voirsz gelegen zoo zij verclaeren, hebben zij wittelic ende erffelic overgedraeghen ende vergegeven midts desen den edelen, erentfesten ende ghestrenghen here, heeren Hendricken van Holtrop Duijts Oirdens ridder ende commandeur tot Gemert tot behoef der commanderije van Gemert voirsz ende dit door crachte van zekere brieven van octroije des hertoghe van Brabant heeren Godart van Aer commandeur in sijnen leven tot Gemert voirsz ten effecten van dese, zoo dat den schepenen ondergeschreven gebleken heft, opten veerthienden dach der meant aprilis anno vijfthienhondert vierende tnegentich geoctroijeert, ende vergunnen, ende dat bij maniere van erffmangelinghe, teghens sekere thiende der voirsz commanderije van Gemert toebehoirt gehadt hebbende resorterende, ende geheven wordende, vuijt sekere hoeffve lants genaempt den Grooten Heytraeck, onder de parochie van Deurne gelegen, den voirsz joncker Johan van Nivenheim toebehoerende bij den voorsz here commandeur den voirsn joncker Johan van Nivenheim op datum deses getransporteert, in conformiteyt van sekere transactie desen aengaende tusschen den heeren commandeur Aer ende wijlen joncker Johan van Vlatten over ettelicke jaeren aengegaen, zoo men verclaerde, tesaemen met alle ende eenyegelijcke schepene brieven van sgeens voirssz is ennichtsints mentionerende, ende met het alinghe recht hen opdrageren bij namen ende qualiteijten voirsz inde voirsz brieven ende den innehouden van dyen ennichtsints competerende, ende hebben helmelinghe daeroppe vertegen innen manieren inne sulych gewoonlicken zijnde, gelovende oversulcx die voirn joncker Johan van Nivenheim met sterckmakinghe als boven als schuldenaer principael op verbant van zijnen person, ende alle zijne goederen present ten toecomende, ende die voirn Henrick van Zoerendoncq vuyt crachte sijnder voirsz gegevender machte, op verbintenisse van allen den goederen des voirsz joncker Reynhalts van Vlatten der bovengescrevenen jonckvrouwen Maria, Josina, Johanna, Anna ende Elizabeth gesusteren dochteren joncker Johans van Vlatten voirn oyck present ende toecomen, onderscheyden ende des elcx int besundere, dat zij der voirsz commanderije van Gemert van die voirsz getransporteerde hoeffve lants, ende appendentien van dijen schuldighe ende gerechte sullen doen warantschappe, ende dat zij allen comer, calaingie ende aentael daerinne weesende ofte comende der voirsz commanderije aff sullen doen tegelijcken, inden verstande nochtans dat alle oude lasten renten, chijnsen ende pachten metten achterstallen der selver daervan tegenwoudich t’achter ende onbetaelt staen jaerlicx bij der voirsz commanderije vuijt die voirsz hoeffve lants ende toebehoirten der selver, alzoo sullen wordden vergouwen ende betaelt, dat den voirsz opdraegeren inder voirsz qualiteijt door sanctie van dyen, eghene schade, hijnder noch malestatie en sullen overcommen in ennigher hande manieren, Ghetuyghen waeren hierover schepenen inne tsHertogenbosche Peeter van Ghestel ende Gherart Hoirenbeeck, Gegeven den tweeden dach maent van martio, int jaer ons heren 1611.

Op de achterzijde van de oorkonde:

Harum vigore literarum nobilis dominus Joannes a Nieuwkercken condictus Nivenheim uxurio nomine domicella Heilwigis de Vlatten transportavit perillustri domino Henrico de Holtrop commendatori Gemertano haeriditatem aliquam cum omnibus appertinentiis vulgo de Hoeffve appellatum in parochial de Erp iacentem, secunda Martii 1611