logo2

  • Molenakker
  • Stippelberg

Gemertse Bronnen

 

Onder de titel Gemertse Bronnen publiceerde Heemkundekring De Kommanderij Gemert een aantal boeken, waarin archiefmateriaal over Gemert, al dan niet in bewerkte vorm, is uitgegeven. De delen 1, 2 en 15 van Gemertse Bronnen verschenen in boekvorm en kunnen via de webwinkel worden aangeschaft.

 

Deel 13 van Gemertse Bronnen omvat een grote reeks banden met regesten van de schepenprotocollen van Gemert. Ze zijn beschikbaar in de studiezaal van het Historisch Informatiehuis De Latijnse School in Gemert.

 

De andere delen van Gemertse Bronnen zijn via onderstaande links bereikbaar

 

Nummer

Titel

Auteur

GBr-01

Regesten op het Vredegerecht, Kanton Gemert 1811-1838

Wim Jaegers e.a.

GBr-02

Stammen alle Gemertenaren af van Karel de Grote?

Willy Ivits, Hans Vogels

GBr-03

Het Landboek 1717-1816
Het Landboek, eigenaars 1717 van A tot Z

Peter van den Elsen, Jan Timmers

GBr-04

Hoofdgeldlijsten 1691 en 1709

Hoofdgeldlijsten inleiding
Hoofdgeldlijsten 1691 op rotten
Hoofdgeldlijsten 1691 op voornaam
Hoofdgeldlijsten 1691 op achternaam
Hoofdgeldlijsten 1709 op rotten
Hoofdgeldlijsten 1709 op voornaam
Hoofdgeldlijsten 1709 op achternaam

Peter van den Elsen

GBr-05

Borgemeestersrekeningen van Gemert

Borgemeestersrekeningen 1572
Borgemeestersrekeningen 1602
Borgemeestersrekeningen 1603
Borgemeestersrekeningen 1606
Borgemeestersrekeningen 1612
Borgemeestersrekeningen 1614

Ad Otten

GBr-06

Leenregisters 1387-1785

Jan Timmers

GBr-07

Borgemeestersboek 1709

Borgemeestersboek 1709 inleiding
Borgemeestersboek 1709 op gehucht
Borgemeestersboek 1709 op voornaam
Borgemeestersboek 1709 op achternaam
Borgemeestersboek 1709 op beroep landbouw
Borgemeestersboek 1709 op beroep textiel
Borgemeestersboek 1709 op overige beroepen

Peter van den Elsen

GBr-08

Chijnsregister Commanderij Gemert 1504-1572

Jan Timmers

GBr-09

Erfpachtregister Commanderij Gemert ca 1500

Jan Timmers

GBr-10 a

Index Gemert op het Bossche Protocol 

Jan Timmers

GBr-10 b

  Index Bakel op het Bossche Protocol

  Jan Timmers

GBr-11

Bijzondere uitgaven Commanderij Gemert 1740-1780 

Jan Timmers

GBr-12

Oorkonden betreffende Gemert 

Jan Timmers

GBr-13

Regesten schepenprotokollen Gemert 

Simon van Wetten

GBr 14

Gemertse Straatnamen 

Ad Otten, Luc Deiman

GBr 15

Corstens, een Gemertse familie uit Uden 1692-2011  

A. Corstens

 

 

Behalve de uitgaven van Heemkundekring De Kommanderij Gemert worden er ook Gemertse bronnen in boekvorm uitgegeven door de genealogische werkgroep Land van Cuijk en Ravenstein. Er zijn inmiddels 10 delen verschenen in de serie Regesten op het notariaat Gemert.

 

De uitgaven zijn te koop bij de betreffende werkgroep en ook in de studiezaal van Historisch Informatiehuis De Latijnse School in Gemert.

 

 

1242 - 1269, archief Abdij Echternach

ABT ARNOLD VAN ECHTERNACH VERORDENT DAT JAARLIJKS 20 TRIERSE PONDEN UIT DE TIENDEN VAN GEMERT BESTEED ZULLEN WORDEN AAN EEN LICHT VOOR HET ALTAAR VAN MARIA IN DE CRYPTE VAN HET KLOOSTER VAN ECHTERNACH.

Opdat iets meer dan gewone lof en eer aan de glorievolle Maagd Maria - van wie wij vragen dat zij de medewerkster zal willen zijn van ons heil en de leidster op onze laatste levensweg - door onze zorg worde besteed, verordenen wij en stellen wij vast:
Dat elke abt of overste, die tijdelijk(?) aan het hoofd heeft gestaan van voornoemd (officio) -de inferioribus partibus- elk jaar, op het feest van de H. Apostel Andreas, aan de koster, die in die tijd koster of schatbewaarder is, 20 Trierse ponden (1) zal betalen uit de tienden van Gemert, door Petrus z.g., monnik van ons klooster, gekocht en verkregen van Gerardus, ridder van Bakel, en na de dood van Petrus aan ons toegevloeid, en een ampulla (2) te laten branden en lichten, dag en nacht, voor het altaar van de M. Maria in de crypte van ons klooster, naast de lamp die daar al brandt.

(1) “solidos Treverenses”
(2) Olielamp (?)

 UIT: “DE STREEK" weekblad voor Gemert e.o., jg.1, nr.17
vertaling uit latijn door A.Leenders.
Alleen het gedeelte dat betrekking heeft op Gemert is vertaald.
Latijnse tekst in Cam. Wampach, Urkunden- und Quellenbuch zur Geschichte der Luxemburgischen Territorien bis zur burgundischen Zeit. Band 8, oorkonde 139. Oorkonde 139 bevat negen afschriften van stichtingen van abt Arnold van Echternach in de periode 1242-1269. Afschrift van deze oorkonde in het staatsarchief te Luxemburg.

Latijnse tekst ook in H. Camps, Oorkondenboek van Noord-Brabant deel I.1 blz 407-408, nummer 320.

1271, AKDOG 5, regest 6

Tekst overgenomen uit:
"De commanderije der Duitsche Orde te Vucht met een aanhangsel over die te Gemert", door J.C.A.Hezenmans, uitg. 1887, blz.91-92, waar als bron wordt opgegeven: Hennes Codex dipl.II p.179.
Volgens Mgr.Frenken, in Bossche Bijdragen Dl.7 (1925-1926), moet de datering 25 maart 1270 gelezen worden als 25 maart 1271, vanwege het gebruik van de Paasstijl.
Tekst ook in H. Camps, Oorkondenboek van Noord-Brabant, deel I.1 blz. 418-419, oorkonde nummer 329. Geeft ook als datum 25-3-1271.

Vertalingen van F. Slits en M. Pennings.

1271, maart 25
Jan I, Hertog van Brabant, oorkondt, dat hij geen enkele rechtsmacht bezit in Gemert, omdat zowel de hoge als de lage rechtspraak van Gemert deels aan de broeders van het Huis van de Duitse Orde, deels aan heer Diederik van Gemert, ridder, toebehoren, op voorwaarde dat zij voor Gemert geen andere advocaten dan de hertogen van Brabant zullen vragen of kiezen.

Universis presentes litteras visuris Johannes Dei gratia Lotharingie dux et Brabantie salutem in domino sempiternam.
Cum nos altas justicias sive bassas ville de Ghemert intelligamus ad nos non pertinere, instructi ad hoc per eos quos ad inquisicionem super hoc factam deputavimus et emisimus, immo ad fratres domus Theutonice Jherosol. atque ad dominum Theodericum militem de Ghemert pro quantitate juris et bonorum que utraque pars optinet in villa predicta, nec nos aliquod jus in dicta villa credamus habere vel aliquas justicias, nisi forsan nos pro eorum inpotencia tamquam superiorem eorum advocatum duxerint in auxilium eorum invocare, ad quod quidem ipsis assistere tenemur, salvis sibi suis justiciis supradictis: noverit ergo universitas vestra, quod nos predictas justicias altas et bassas predicte ville fratribus domus Theutonice atque domino Theoderico militi predictis et heredibus eorum relinquimus absolute et acquitamus in perpetuum presencium testimonio litterarum; eo condicto et salvo nobis, quod ad dictam villam cum eis que ad eamdem pertinent nullum alium poterunt vel debent advocatum eligere vel assumere aut introducere preterquam nos ac duces Brabantie in futurum.
Datum apud Bruxellam, in die annuntiationis domini, anno eiusdem millesimo CCLXX.

Op de achterzijde staat vermeld in andere handschriften:
Gemerden
Littera domini duci Brabancie qui habet jus ingen...(?)
Anno 1270
Nr 49
Rechts daarnaast in ander handschrift:
Lettere de dato 1270 in quibus fatetur altas en bassas justicias villa de Gemert pertinere ad fratres Ordinis Teutonicorum; salvo quod nullum alium poterat nec deberat habere advocatam prater Duces Brabantia.
Jurisdictie nr 44

Vertaling van Frans Slits, Venlo 2013:

Aan allen die deze brief zullen zien, doet Jan, bij de gratie Gods hertog van Lotharingen en van Brabant, een altijddurende groet in de Heer.
AANGEZIEN wij begrijpen dat noch de hoge noch de lage rechtspraak van het dorp Gemert aan ons toekomt (dit is ons duidelijk gemaakt door degenen die wij tot het doen van onderzoek dienaangaande afgevaardigd en uitgestuurd hebben), maar aan de broeders van het Duitse huis van Jeruzalem en aan heer en ridder Dirk van Gemert, in verhouding tot het recht en de goederen die elk van beide partijen in genoemd dorp bezit,
en AANGEZIEN wij geloven in genoemd dorp geen enkel recht noch enige rechtspraak te hebben, tenzij zij eventueel van mening zijn dat ze onze hulp moeten inroepen, als van een advocaat die hoger in rang is dan zij zijn, in geval dat zij niet in staat zijn een oplossing te vinden (in dat geval althans worden wij gehouden hen bij te staan, waarbij voor hen onverlet blijven hun bovengenoemde eigen hoge en lage rechtspraak),
DAAROM moet u allen weten dat wij voornoemde hoge en lage rechtspraak van voornoemd dorp geheel en al overlaten aan de voornoemde broeders van het Duitse huis en aan voornoemde heer en ridder Dirk en aan hun erfgenamen en dat wij daar voor altijd van afzien, getuige deze brief; met deze afspraak en dit voorbehoud voor ons, dat zij voor genoemd dorp met alles wat daarbij hoort, geen andere advocaat zullen kunnen of mogen kiezen, nemen of introduceren dan ons en de toekomstige hertogen van Brabant.
Gegeven te Brussel, op de dag van de annuntiatie des Heren in het jaar des Heren 1270.

Vertaling van MHJ Pennings, Gemert 1978:


Jan, bij de gratie Gods, hertog van Lotharingen en Brabant, aan allen, die dese brief zullen zien, zaligheid in de Heer.
Daar wij weten, dat de hoge of lage jurisdictie in het dorp Gemert niet aan ons toekomt, nadat wij daarop gewezen zijn door hen, aan wie wij voor een onderzoek op dit punt gedaan, uitdrukkelijk opdracht hebben gegeven, maar integendeel aan de broeders van het teutoons-Jerusalemse huis en aan ridder Diederik, Heer van Gemert, naar verhouding van de omvang van de jurisdictie en de goederen, die beide partijen in genoemd dorp bezitten, en daar we geen enkel recht of enige jurisdictie in genoemd dorp menen te bezitten, behalve wanneer zij in geval van eigen onmacht menen ons als hun hoogste beschermheer te hulp te moeten roepen, waarbij wij verplicht zijn hen te helpen met in achtname van de hun toekomende bovengenoemde jurisdictie:
Zo moogt gij allen weten, dat wij de voornoemde hoge en lage jurisdictie over voornoemd dorp geheel laten aan de broeders van het Teutoonse huis en aan ridder Diederik, Heer van Gemert voornoemd, en aan hun nakomelingen en dit bevestigen wij voor altijd met het getuigenis van deze brief; met deze bepaling en dit voorbehoud van onze kant, dat zij voor het genoemde dorp met datgene wat daarbij behoort in de toekomst geen enkele andere beschermheer kunnen of mogen kiezen of nemen tenzij ons en de hertogen van Brabant.
Gegeven te Brussel op de dag van Onze Lieve Vrouwe Boodschap in het jaar des Heren 1270.

 

1270, archief Abdij Echternach

ABT HENRICUS EN HET CONVENT VAN ECHTERNACH VERKLAREN DAT ZIJ RIDDER DIEDERIK VAN GEMERT DE NOVALE TIENDEN VAN GEMERT IN PACHT HEBBEN GEGEVEN EN DAT DIEDERIK EN ZIJN NAKOMELINGEN DAARVOOR EEN MUD ROGGE PER JAAR MOETEN BETALEN.

Wij, Henricus, abt bij de gratie Gods en het hele convent van het klooster Echternach, in het bisdom Trier, maken bekend aan allen, die zowel op heden als in de toekomst deze brief zullen lezen of horen lezen, dat wij hebben toegestaan en toestaan bij deze aan ridder Diederik van Gemert en aan zijn opvolgers of wettige erfgenamen voor altijd ten opzichte van het vaste gedeelte van de novale tienden, welk gedeelte ons toekomt uit het landgoed te Gemert, eigendom van Diederik zelf - welk landgoed hij in gedeelde eigendom bezit met de commandeur en de broeders van het Duitse Huis te Gemert - een mud rogge volgens de maat van Bakel, ieder jaar uit de genoemde tienden aan ons te Gemert te voldoen door dezelfde Diederik en zijn opvolgers op de feestdag van Maria Lichtmis.

En zo Diederik zelf en zijn wettige erfgenamen en opvolgers bij de genoemde betaling van de genoemde overeenkomst over tijd zouden zijn wat betreft de voornoemde termijn of zouden nalaten te betalen, zullen wij vanaf die tijd zonder enig verzet en beroepsmogelijkheid van Diederik zelf, van zijn erfgenamen en van ieder ander de vrije beschikking hebben en kunnen hebben over de voornoemde tienden en deze rustig en zonder tegenstand in bezit nemen en erover beschikken.

Ter herinnering hiervan is dit geschrift hiernaar opgesteld, bekrachtigd met ons abbatiaal zegel, waarmee ook wij, conventualen ons verenigen, met dat van broeder Walter, gezegd van Kleef, commandeur van het Duitse Huis te Gemert en van Diederik voornoemde ridder.

Gedaan en gegeven te Gemert in de maand mei in het jaar des Heren 1270.

 

Vertaling uit latijn: M.H.J.Pennings, H.van Bavel

Latijnse tekst uit: Urkunden- und Quellenbuch zur Geschichte der Altluxemburgischen Territorium bis zur burgundischen Zeit von Cam. Wampach ,Band 8 oorkonde 140.

De Latijnse tekst ook in H. Camps, Oorkondenboek van Noord-Brabant deel I.1 blz 409-410, nummer 322.

 

Nos Henricus, Dei gratis abbas, totusque conventus monasterii Epternacensis, Treverensis dyocesis, notum facimus universis tarn presentibus quam futuris presens scriptum visuris vel audituris, quod nos concessimus et concedimus per presentes Theoderico militi de Ghemerde et suis successoribus sive heredibus legitimis perpetuo ad firmam partem decimarum novalium, que nos contingit apud Ghemerde de proprio fundo ipsius Theoderici militis, - quem fundum partitur cum commendatore et fratribus de Ghemerde domus Teutonice - pro uno modio siliginis iuxta mensuram de Bacle nobis persolvendo annuatim ab eodem Theoderico et suis successoribus in festo Purificationis Beate Marie Virginis apud Ghemerde de decimis predictis.
Et si ipse Th(eodericus) et sui heredes legitimi et successores in dicta solucione dicte pactionis tardarent vel cessarent termino predicto, nos extunc absque contradictione et reclamacione ipsius Th(eoderici), suorum heredum et cuiuscumque alterius, ad dictas decimas liberum habebimus et habere possumus recursum et eas recipiemus et percipiemus pacifice et quiete.
In cuius rei memoriam presens scriptum inde confectum nostro, abbatis, quo nos, conventus, contenti sumus, fratris Waltheri, dicti de Clivo, commendatoris domus Teutonice in Ghemerde, et Theoderici, militis prelibati, sigillorum munimine est roboratum.
Actum et datum mense Maio, anno Domini M°. CC°. LXXmo.

1293.AKDOG 6, regest 9

Publicatie: Wampach - Urkunden- und Quellenbuch, dl. IIX akte 166, overgenomen van A: J. H. Hennes, Codex diplomaticus Ordinis Sanctae Mariae Theutonicorum, II (Mainz, lXül), S. 278, nr. 318
H. Camps, Oorkondenboek van Noord-Brabant, deel I.1 blz. 418-419, oorkonde nummer 492.

9-4-1293

Willelmus, proost van het klooster van Echternach, oorkondt, dat hij met heer Arnoldus de Heysiger, ridder, en heer Gosewinus genaamd Kock, ridder, en Arnoldus genaamd Rover van Den Bosch uitspraak heeft gedaan in het geschil tussen broeder Alardus van Horst, kommandeur in Gemert, en de broeders van het Huis van de Duitse Orde aldaar enerzijds en Philippus van Ghemerth, schildknaap, anderzijds, en dat zij hebben beslist dat Philippus in het vervolg moet afzien van alle list en bedrog jegens Theodericus, zoon van Jacobus, dat Philippus aan broeder Alardus, kommandeur, 3 mark uit zijn goederen in de heerlijkheid Gemert zal betalen ter afkoping van zijn excommunicatie en dat Philippus met 20 van zijn medestanders een boetetocht rond de kerk van Bakel zal maken en hij bovendien met twee personen een bedevaart zal maken naar het graf van de Heilige Judocus en het graf van de maagd Maria in Aardenburg.
Als betrokken personen worden nog genoemd: Gooswinus genaamd Kock, ridder, Arnoldus genaamd Rover, zoon van Hille en Wellinus zijn broer en Johannes genaamd Coman.

Universis presentes litteras inspecturis seu audituris.
Ego Willelmus, prepositus monasterii Epternacensis, notum esse cupio, quod cum a viris religiosis videlicet fratre Alardo dicto de Horst, commendatore in Ghemerth, ac aliis fratribus dicte domus ordinis Theutonichorum in me ac in nobilem virum dominum Arnoldum de Heysiger militem ex una parte, ac a Philippo, armigero de Ghemerth, in dominum Gosewinum dictum Koch, militem, et Arnoldum, dictum Roverum de Buschoducis, ex altera, ad sedandam seu pacificandam discordiam, que inter dictas partes vertebatur, tamquam in arbitros fuisset compromissum: nos arbitri prenominati, discreto consilio ac diligenti deliberatione ad hoc adhibita, ad sedandam seu pacificandam predictam discordiam, amicabilem inter dictas partes ordinavimus et pronuntiavimus compositionem, prout in articulis infrascriptis continetur. Quorum primus est, quod Philippus antedictus
Theodericum, filium Jacobi, omni dolo et fraude exclusis, quitum simpliciter et absolutum vocare et dimittere deberet ab omni occasione, quam ipse Philippus tunc temporis contra predictum Th. habebat vel gerebat sine aliqua exceptione facta. Secundus vero articulus erat, quod ipse Philippus fratri Alardo, commendatori predicto, dare deberet tres marchas emergentes seu provenientes de suis primis redditibus ex jurisdictione sua in Ghemerth; cum quibus dictus commendator deberet procurare ipsum absolvi a sententia excommunicationis qua fuit innodatus. Insuper etiam ordinatum fuit a nobis, quod prefatus Philippus deberet circuire ecclesiam de Bakele cum viginti melioribus suis amicis ibi in confinio manentibus. Quo facto, dictus Philippus, coassumptis secum duabus personis, debebat visitare limina sancti Judoci super mare et limina Beate Marie Virginis in Erdinburgh. Quibus visitationibus expletis, dictus Ph. debebat reportare litteras testimoniales sub testimonio competenti, quod ipse visitationes predictas legitime complevisset. Preterea vallata fuit a nobis predicta ordinatio cautione fideiussoria in hunc modum, quod si dictus Philippus nostram compositionem seu ordinationem ratam et firmam nollet observare, quod dominus Gosewinus, dictus Koch, miles, Arnoldus, dictus Rowerus, filius Hylle, et Wellinus frater suus et Johannes, dictus Choman, opidani de Buschoducis, ad hoc accepti in fideiussores, promiserunt sine aliqua exceptione intrare opidum de Hellemont vel opidum de Indoven, quandocunque super hoc a dictis viris religiosis moniti forent seu requisiti, donec de ordinatione a nobis ordinata eisdem plenarie esset satisfactum.
Hanc igitur ordinationem inter predictas partes a nobis quatuor arbitris predictis de communi consensu omnium nostrum factam et pronunciatam et cautione fideiussoria vallatam, prout superius est expressum, ego W(illelmus) prepositus predictus duxi protestandam et per presentes litteras, sigillo discreti viri Lodewici, decani ecclesie mee, meo rogatu, necnon sigillo meo proprio consignatas, omnibus quorum interest, ne super hoc in posterum scrupulus alicuius dubitationis oriatur, duxi signandam.
Datum anno Domini M. CC. nonagesimo tercio, feria quinta post dominicam Quasimodo.

 

Lid worden?

Kalender: evenementen

November 2017
M T W T F S S
30 31 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 1 2 3

Sponsors

Informatie

Lid worden?

Lid worden? Klik en vul het formulier in!

Heemkundekring De Kommanderij Gemert
Antwoordnummer 2526
5420 ZX Gemert!

Volg ons

twitter

twitter

Inloggen

Inloggen

Voor leden en auteurs. Ook een bijdrage leveren? Neem even contact op.