logo2

  • Molenakker
  • Stippelberg

GH-2015-04-De identiteit van Gemert als Brabantse "Rafelrand"

Ad Otten

(Lezing op de ‘Dag van de Brabantse volkscultuur‘ - Gemert, 21 nov. 2015)1

Iedereen heeft wel ‘ns gehoord dat in de 17de en 18de eeuw in deze uithoek van Noord-Brabant alle criminelen die de grond in de Republiek van de Zeven Provinciën te heet onder de voeten werd, zich hier vestigen. Tegen 1800 telt Gemert zo’n 4000 inwoners. Bijna zoveel als Helmond en Eindhoven samen. Dat die van Gemert overwegend criminelen zouden zijn geweest is natuurlijk klets. Dát lijkt echter wel het beeld dat bij iedereen is blijven hangen. Kletspraat doet ’t vaak heel goed. Ook dát is historisch!

Waar die historische klets vandaan komt? Wel, meteen na onze grote nationale victorie, de Vrede van Munster (1648), einde Tachtigjarige Oorlog, worden alle katholieke kerken op Haags bevel gevorderd en ter beschikking gesteld van de enige ware christelijke religie, de gereformeerde. De openlijke beleving van de katholieke godsdienst wordt ‘meepesant’ verboden en crimineel verklaard. Het desondanks katholiek blijvende Brabant wordt vervolgens geconfronteerd met de politieke reformatie, dat betekent dat geen enkele katholiek nog een openbaar ambt mag uitoefenen...
Gemert, neutraal gebleven in de Oorlog, en als soeverein gebied van de Duitse Orde erkend door alle strijdende partijen, wordt in de euforie van de op handen Staatse overwinning nu ook door de Staten ingepikt. Dat wil zeggen, de door de Duitse Orde afgezette Commandeur van Gemert laat zich met de ruiterij van het Staats Garnizoen uit Grave in zijn vroegere Commanderij herstellen. Nu niet als stadhouder van de Duitse Orde maar als zetbaas van de Republiek, terwijl ze daar op dat moment in Den Haag nog niet eens iets van afweten, maar dat vervolgens wel accorderen. Ook in Gemert wordt dan beslag gelegd op het rk kerk- en kloosterbezit ten behoeve van de gereformeerden. Priesters en kloosterlingen de laan uitgestuurd en in plaats daarvan ‘nen dominee hiernaartoe gedirigeerd. Natuurlijk laten de Gemertenaren en de Duitse Orde dat niet zomaar gebeuren, maar wat moet je? Protesteren in Den Haag dus. Er komt een commissie van onderzoek. En nog één, en nog één. Pas na veertien jaar traineren van elk onderzoek, wordt de soevereiniteit van Gemert alsnog erkend, niet omdat een commissie van onderzoek dat voor iedereen duidelijk maakt, maar omdat de Duitse keizer en alle keurvorsten van het Duitse Rijk achter de eisen van de Duitse Orde zijn gaan staan. Dáárvoor zwicht Den Haag. Onder voorwaarden. Zo moet in Gemert de ware gereformeerde christelijke religie naast de rooms-katholieke er in alle vrijheid blijven worden uitgeoefend, waardoor een bijna unieke situatie van godsdienstvrijheid in de Nederlanden wordt gecreëerd. Nóg curieuzer is, dat de katholieke commandeur van Gemert, de dominee én de gereformeerde schoolmeester mag benoemen.
Vanaf 1662 bloeit het onder Gemert vallende bedevaartsoord Handel weer helemaal op. De ene processie na de andere komt hiernaartoe, want hier kun je nog als vanouds het katholieke geloof beleven. Hier vestigen zich ook verschillende pastoors van Brabantse plaatsen om vanuit hier in vrijheid voor hun parochies te kunnen werken. De intussen allemaal gereformeerde gemeentebesturen van het Generaliteitsland Brabant reageren hoogst verontwaardigd op het akkoord tussen Gemert en Den Haag en schrijven de ene brief na de andere naar de Hoogmogenden in Den Haag ‘dat hun hele gereformeerde missie zo gedoemd is te mislukken, en wanneer er nu eindelijk eens wordt opgetreden tegen dat criminele Roomse gedoe in Gemert, enz. enz.’ Maar Den Haag kon daartoe niet besluiten omdat dat niet overeenstemt, met wat is overeengekomen met de zoveel grotere buitenlandse machten... Daarom mogen die ‘criminele’ katholieken naar Gemert op bedevaart blijven gaan. Naar het Lieve Vrouwke van Handel, ook pelgrimeren naar de relikwie van het heilig Bloed in Boxmeer, of naar de wonderbare crucifix in Uden in het vrije Land van Ravenstein, want dat ‘Land(je)’, alsook Megen en Boxmeer zijn officieel lenen van Brussels Brabant en vallen ook niet onder Den Haag. Deze vrije landjes hebben bovendien zó’n hoge Duitse adel als leenmannen dat die zich aan Brussel nauwelijks iets gelegen laten liggen en zich hier net zo soeverein gedragen als de Duitse Orde dat in Gemert met réchte doet. Om kort te gaan, in gereformeerde kring krijgt deze hele uithoek van ‘Brabant’ een criminele klank, al denkt men daar in katholieke kring heel anders over. Gemert en Ravenstein willen intussen toch iets doen aan die naam van misdaadstaatjes. In 1685 komt het met Den Bosch en Den Haag tot een uitleveringsverdrag voor misdadigers. Voor elke crimineel die wordt uitgeleverd beuren Gemert danwel Ravenstein 50 gulden. Maar de criminele naam blijft. Daarvoor is misschien wel medeverantwoordelijk dat in goed-katholieke kring het gezegde inburgert van “tis krimmeneel” in de betekenis van “tis skon” en “tis geweldig”.
‘Skon’ en ‘geweldig’. Tot in de herfst van 1794 de Fransen komen. Gemert wordt bezet en alle ordebezit ingepalmd. Dat is oorlogsrecht, zeggen ze. Voor deze bezetting - Fransen noemen het bevrijding - moeten de gemeentenaren van Gemert nog flink betalen, oknogok oknog. Als aan die betalingen is voldaan, verkopen de Fransen voor 6 miljoen francs, Gemert, Land van Ravenstein, Graafschap Megen, Baronie van Boxmeer en nog wat kleinere autonome entiteiten in dezen hoek van wat we nu kennen als Noord-Brabant, aan de Bataafse Republiek. Dat is op 5 januari 1800. Drie jaar later accorderen de Fransen bij ene Vrede van Regensburg dat zij de Duitse Orde voor het verlies van hun ‘Vorstendom Gemert’ schadeloos zullen stellen. En in 1805 lijkt het er efkes op, dat Gemert als soeverein vorstendom van de Duitse Orde echt hersteld gaat worden in haar rechten. De Minister van Financien van de Bataafse Republiek, baron Jan Arend de Vos van Steenwijk (tevens Duitsordens commandeur van Middelburg), is al akkoord. Wordt Gemert opgenomen in het rijtje Andorra, Liechtenstein, San Marino...? Nee! De Bataafse Republiek wordt ineens opgeheven en een Koninkrijk Holland in de steigers gezet. Minister De Vos van Steenwijk kan inpakken en Gemert wordt nu deel van het Departement Brabant in het Koninkrijk Holland. Volgens nieuwe democratische beginselen moet voor een katholiek departement een katholieke commissaris (=landdrost) van de koning worden benoemd. Brabant heeft maar weinig kandidaten met bestuurservaring. Vanwege de na de Vrede van Munster ingevoerde Politieke Reformatie mochten katholieken hier immers geen ambten bekleden. Het is dan best opvallend hoeveel er in de Franse Tijd een beroep moet worden gedaan op personen-met-bestuurservaring uit de Oost-Brabantse ‘rafelranden’. Opmerkelijk is ook dat vanaf de Franse inval de in Gemert op papier verguisde leden van de oude orde, met slechts een korte onderbreking, voor het merendeel gewoon zijn aangebleven. Zo komt hier de nieuw benoemde drossard Ecrevisse ook gewoon uit die oude ‘club’. En advocaat mr. Paulus de la Court, zoon van de oud-drossard, is van het begin van de Bataafse Tijd één van de Brabantse volksvertegenwoordigers in Den Haag. En hij is het die in 1806 wordt aangesteld als landdrost van Brabant onder Koning Lodewijk Napoleon. De la Court is algemeen gezien als Brabants emancipator van formaat. Het Noord-Brabants Museum koestert een prachtig portret van hem als ‘de eerste commissaris van de koning van het nieuwe gewest Brabant...’.

In 1809 wordt de Duitse Orde in alle Franse en Rijnlandse gebieden opgeheven. Daarmee is men meteen verlost van al die claims en dat gezeur over rechten van oude machthebbers. Veel Ordebezit is al verkocht. Het kasteel van Gemert waarvan de bevelhebber van de Franse troepen in Zuid-Nederland, maarschalk Nicolas Oudinot, het vruchtgebruik kreeg, wordt in 1813, nog net voor de terugtocht van de Fransen, geveild ten behoeve van de Franse Staatskas in Parijs. Eigenaar wordt rijksontvanger Van Riemsdijk uit Maastricht, die het kasteel, voor een periode van ruim 50 jaar, zal exploiteren als een bedrijvenhotel. Voor de burgemeester, de notaris en de gemeente-ontvanger heeft hij daar ook nog wel ‘n appartement...

In 1811 wordt in Gemert begonnen aan het kadaster. De gemene Peelgronden, die de Duitse Orde zo’n 500 jaar verpachtte aan de inwoners van Gemert worden niet zoals gemene gronden in andere gemeenten op naam van de gemeente gesteld als een soort van gemeentelijk startkapitaal, maar hier komen die gronden, op naam van de Franse Domeinen. Na 1813, Nederlandse Domeinen. Oorlogsbuit. Zo wordt Gemert één der armste gemeenten van het land. Pas na zestig jaar procederen tegen “Den Haag” over deze onrechtmatigheid, wordt de gemeente in het gelijk gesteld. Vijfzesde wordt op naam van de gemeente gesteld. Maar eenzesde te weinig. Over wat dat allemaal gekost heeft wordt met geen woord gerept. Het overige ordebezit, in de Franse Tijd aangewend tot profijt van de Franse bezetting, is dan al lang aan particulieren verkocht ten behoeve van de Nederlandse Staat. Daar is geen flikker meer aan te doen. Het inwonertal van Gemert is dan al flink gezakt...

Desalniettemin zijn er uit die periode toch een aantal zaken te melden waarin Gemert de provincie Noord-Brabant is voorgegaan (haha). Op de uit 1587 daterende Latijnse School start in 1828 het eerste Nederlandse rk Doofstommeninstituut, dat in 1840 verhuist naar St.-Michielsgestel en daar nog steeds bestaat.
Uit 1828 dateert de ingebruikname van een stoommachine in een spinfabriek. Het is de tweede in de provincie.
In 1831 wordt pastoor Den Dubbelden, zoon van de chirurgijn in Gemert, apostolisch vicaris van Den Bosch, zegmaar bisschop. Het bisdom blijft hij gecombineerd met zijn pastoraat van Gemert nog drie jaar besturen vanuit de Gemertse pastorie, een skon rijksmonument dat wij in rondleidingen door het dorp aanwijzen als het bisschoppelijk paleis.
In 1837 opent Frederic Campbell op Gemerts kasteel een weefschool naar het voorbeeld van die van Thomas Ainsworth in Twente. In een paar jaar tijds worden nagenoeg alle weefgetouwen in de Meierij voorzien van ‘Gemertse’ weefladen-met-schietspoel, waarmee men dubbel zo breed, dubbel zo snel en kwalitatief veel en veel beter kan weven.

Van 1847 dateert het Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels. Een jaar later breken overal in Europa revoluties uit. In Nederland wordt dat voorkomen door een grondwet waarbij Koning Willem II zijn absolute macht inlevert. Maar... met vastelaovend 1849 komt het in Gemert toch nog tot een weversoproer. Bij ons strijdliederenkoor Zwaovel & Salapeter zingen wij nou nóg van “Gin brood, gin melk, ochgottegottegot”. Er komen honderd marechaussees uit Den Bosch om op te treden tegen de revolutionairen van Gemert. Nog hetzelfde jaar besluit de van Gemert geboortige Anton Borret, dan commissaris van de koning in Noord-Brabant, tot de permanente vestiging in Gemert van een Marechausseebrigade om “het uit het Pruisische overwaaiende communismus hier blijvend de kop in te drukken”. De brigade blijft hier tot 1925. Hun wapen ‘je maintiendrai’ hangt nog aan de kazerne in het Binderseind.
In de nasleep van het weversoproer wordt het duidelijk dat Gemert zonder kanaal of spoor zich nooit zal kunnen ontwikkelen tot een industriekern van betekenis. In 1839 zijn bij de provincie plannen ingediend voor een kanaalaansluiting en haven tegenover het kasteel. Plannen gesponsord en gestimuleerd door ‘Van Riemsdijk van Gemert’ die tot zijn dood toe, de hoop blijft koesteren dat zijn kasteel in het centrum van het dorp zich toch nog zal ontwikkelen tot een echte fabriek. Zijn kleindochter, getrouwd met de vermogende nieuwe rijksontvanger Scheidius, laat na zijn dood, het kasteel in oude luister herstellen. Haar man, het dan enige protestante gezinshoofd in Gemert wordt unaniem door de verder volledig katholieke gemeenteraad gevraagd, of hij met al zijn contacten in het land, niet wethouder van Gemert zou willen worden. De achterliggende bedoeling is de verwezenlijking van een spoorlijn van Helmond via Gemert naar Nijmegen. Maar daarvoor heeft hij echt geen tijd. Wel neemt Scheidius het initiatief tot de oprichting van een boerencoöperatie. In 1875! Voor het dagelijks bestuur mobiliseert hij als voorzitter zijn rentmeester in Gemert en als penningmeester d’n hoevenaar van wat we nu kennen als het boerenbondsmuseum. Cornelis van den Elsen. De vader van de in de abdij te Heeswijk ingetreden Gerlacus van den Elsen, die we spoedig zullen leren kennen als d’n boerenapostel. In 1896 staat deze witheer aan de wieg van de NCB, en de Boerenleenbank (Rabobank). De dan 21 jaar oude coöperatie in Gemert stapt in zijn geheel over naar deze ‘coöperatie van de toekomst’. Gemert zal tot vandaag-de-dag iets blijven hebben met coöperaties.

1910. Terwijl Teilhard de Chardin, uitvinder van ‘God is de toekomst’, verblijft op Gemerts kasteel, schakelt de ontginning van de Peel in Gemert naar de hoogste versnelling. Met ’n stoomploeg – was dit al ergens vertoond in het land? – worden vele honderden hectaren omgeploegd en de eerste steen gelegd van Hoeve De Dompt met twaalf daarbij horende werkmanswoningen. 15 Jaar later komt daarbij ’n houten kerkje, overgebleven van het priesterkoor van het in WO-I voor 5000 Belgische vluchtelingen gebouwde kamp in de Udense Peel. Het naar d’n boerenapostel genoemde (Van den) Elsendorp is nu geboren.

In 1914, ’n paar maanden na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, biedt het Gemerts parochiebestuur het patronaatsgebouw voor de huisvesting van het uit Leuven door de Duitsers weggebombardeerde grootseminarie van de Congregatie van de H.Geest, pioniers van de missionering in Afrika. Zo’n 700 van hen ‘rusten’ nu op het kerkhof in het kasteelpark.
De Eerste en de Tweede Wereldoorlog sla ik verder over. Dat is een verhaal apart. Ik neem de draad pas weer op bij de vluchtelingen uit Nederlands-Indië. In oktober 1950 neemt de gemeenteraad van Gemert een unaniem besluit tot opvang van 240 Nederlands-Indische gezinnen. Dat is exact het aantal woningzoekenden in de gemeente. De regering heeft toegezegd dat voor de opvang van elk repatriantengezin er ook een woning voor de eigen bevolking mag worden gebouwd. En dat is niet onbelangrijk in de naoorlogse periode van wederopbouw waarin de woningbouw strikt is gecontingenteerd. Den Haag vindt de naar schatting 1200 à 1500 repatrianten uit Indië op circa 9000 inwoners van de gemeente Gemert onverantwoord. Er mogen maar 120 gezinnen komen.... Maar hoe-dan-ook Gemert krijgt kleur en levert bovendien een nog steeds aansprekend voorbeeld van integratie. Elk repatriantengezin krijgt een Gemerts buurgezin. Boerenkool met sambal.

En... ik noemde het al. Gemert heeft iets met coöperaties. In 1964 start hier misschien wel de allereerste dierenartsengroepspraktijk van het land. De gigantische expansie van het agrarisch bedrijf wordt hier voorvoeld. De coöperatie van dierenartsen slaat aan bij de huisartsen. Tien jaar later staat ook die hier in de steigers. En ook dat is heel vroeg.

Dan kraken in 1973 Gemertse jongeren de meer dan 10 jaar met sloop bedreigde Latijnse School en vestigen daar Jongerensociëteit “De Rode Lantaarn” (het Gemerts ‘Paradiso’). En –ge zult ’t niet geloven– de krakers van toen, zitten er nog, dat wil zeggen de hoofdkrakers van toen zijn nu bestuursleden of zeer actieve leden van de daar gevestigde Gemertse heemkundekring. In 1976 wordt de benedenverdieping van die Latijnse School verbouwd tot gemeentearchief. Dr. Pirenne, rijksarchivaris in Noord-Brabant, komt speciaal naar Gemert om de loftrompet te blazen over het gemeentebestuur dat hiertoe heeft besloten. Geweldig vindt hij het, al moet hij wel zeggen, dat het archief van de Commanderij van de Duitse Orde in het Rijksarchief te ’s-Hertogenbosch zal blijven, want, zo licht hij toe, “dat archief is van nationaal belang”. Meteen na alle openingsceremonies vraagt Pirenne of hij de aanwezige leden van de heemkundekring (informeel) nog iets mag zeggen. Het verbaast hem vervolgens, dat dat voor het merendeel de daar aanwezige langharigen blijken te zijn. Onwennig vertelt hij hen dat heemkundekringen zich niet bezig zouden moeten houden met historisch onderzoek, dat dat iets is voor wetenschappelijk onderlegde historici, en dat heemkringen zich naar zijn idee beter kunnen richten op het verzamelen van landbouwwerktuigen ’enzoo’. We hebben de raad van d’n doctor in de wind geslagen. Een jaar nadien brengen we nr. 1 uit in de reeks Bijdragen tot de Geschiedenis van Gemert. We werken nu aan uitgave nr. 103, en brengen daarnaast vier keer per jaar ons tijdschrift Gemerts Heem op de markt. Full color, 160 pagina’s, in omslagen ontworpen door Gemertse kunstenaars, in ruil voor een artikel bij de door hen ontworpen ‘kappetunies’. En al jaren heeft onze ruim 800 leden tellende heemkundekring een convenant met de gemeente in zake de levering van bijstand aan het gemeentearchief. Zo’n 40 vrijwilligers zetten zich bij toerbeurt in als studiezaalbegeleider en helpen bij het digitaliseren van archieftoegangen. De kosten voor het archief vallen daardoor aanmerkelijk goedkoper uit in vergelijking met die van gemeenten aangesloten bij een streekarchief. Het rendement is bovendien veel hoger. Voor de gemeente (‘alles bij de hand’), én voor het historisch onderzoek.

Efkes terug naar de textielweverij. In het laatste kwart van de twintigste eeuw vertrekt die uit bijna heel Nederland naar lagelonenlanden. Maarrr niet uit Gemert. Oud-fabrikant Henri van den Acker ziet dat vijftig jaar geleden al aankomen. De weverijen van Twente en de Meierij fuseren en fuseren almaar groter en groter, maar vergeten te investeren in kwaliteit. Henri legt uit: “as ge ‘nen ímmer hèt mí skon watter èn ge doet die baj ‘nen ímmer mí vòl watter, dan kriede twaë ímmers vòl watter...”. ‘Textielfabriek Johan van den Acker’ is nooit gefuseerd.

Een nieuw chapiter: Wereldnieuws in 2001: Job Cohen sluit in Amsterdam een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht. Nu 14 jaar later is het in tal van landen nagevolgd, maar toen was het heel bijzonder. Toch? Negen jaar eerder, in 1992, scoorde ons dorp al voorpaginanieuws met een grote foto en een grote kop “Eerste homohuwelijk in Gemert.” Nee, het is nog geen echt huwelijk, maar partnerregistratie die daarnaartoe de weg baant. De gemeente Gemert leent daartoe de trouwzaal en dé ambtenaar van de burgerlijke stand. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Deventer en Oss daarmee trouwens nog net iets eerder zijn, maar in Amsterdam zijn ze daar dan in elk geval, nog lang niet klaar voor...

Eigenlijk wil ik nog veel meer vertellen maar ik mag ‘t half uur dat me gegeven is niet overschrijden en ik moet natuurlijk de vraag nog beantwoorden hoe Brabants de ‘Rafelrand Gemert’ nou eigenlijk is? Hartstikke! Dè moete an minne praot ok hébbe kanne heure. Hartstikke Brabants, en dát ondanks het feit dat Gemert nooit bij ’t hertogdom Brabant heeft gehoord. Nooit! In 1271 bevestigt hertog Jan in een indrukwekkende oorkonde dat hij in Gemert helemaal niks te zeggen heeft. In ’t geweldige Oorkondenboek van Noord-Brabant is die oorkonde opgenomen met de aantekening, dat d’n hertog daarbij wel als voorwaarde stelt dat Gemert alleen hem (en zijn navolgers) als ‘voogd’ mag kiezen. Maar dat ‘voogd’ zet iedereen op ’t verkeerde been. Want ‘advocatus’ (de oorkonde is in het latijn) is hier door de historici van Pirenne fout vertaald. Het moet zijn ‘beschermer’ in plaats van ‘voogd’. In hetzelfde tijdsbestek (twee maanden eerder), beveelt hertog Jan zich namelijk ook aan als ‘advocatus’ voor Luik en een paar jaar later voor Aken. Luik, Gemert, Aken, een skon trio waar d’n hertog helemaal niks te zeggen heeft, maar waarvoor hij wel op afroep, de beschermer wil zijn. Hertog Jan is een invloedrijk man, één der belangrijkste Duitse vorsten van het Heilige Roomse Rijk, altijd bezig met het uitbreiden van zijn invloedssfeer.2 Graag had ik dit alles ook Pirenne verteld, hij zou ’t hebben gesnapt...
Ik schei er mee uit! Nog één opmerking: geschiedenis is nooit af. Bij dit verhaal, horen nog een paar honderd vette noten ter verantwoording en nadere toelichting, maar ‘die moete vuralsnog tegoewd haawe’.

NOTEN:
1. De ‘Dag van de Brabantse Volkscultuur’ is een jaarlijkse bijeenkomst met een wisselend thema georganiseerd door het Samenwerkingsverband Volkscultuur (Leerstoel Cultuur in Brabant- Universiteit Tilburg, Brabants Heem, Erfgoed Brabant, Historische Ver. Brabant). De bijeenkomst vindt in 2015 - i.s.m. onze heemkundekring - op zaterdag 21 november plaats in het Boerenbondsmuseum met als thema ‘200 jaar Noord-Brabant. De rafelranden van de Brabantse identiteit’.
2. Hertog Jan treedt hier in de voetsporen van zijn overgrootvader hertog Hendrik van Brabant, stichter van ’s-Hertogenbosch, die in 1198 in het Heilig Land als gekozen opperbevelhebber van alle daar aanwezige Duitse kruislegers aan de wieg staat van de Duitse ridderorde. NB Het was ook hertog Hendrik die in 1191 al het land van Herpen (later Land van Ravenstein) kocht, in 1232 stadsrechten verleende aan Eindhoven, Helmond en Oisterwijk en in feite gezien kan worden als de man die de grenzen van Noord-Brabant vormde .... Exclusief Gemert, dat wel!

Klik HIER voor de tekst met afbeeldingen (PDF)

Lid worden?

Kalender: evenementen

November 2017
M T W T F S S
30 31 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 1 2 3

Sponsors

Nieuws Heemkundekring

Geen feed gevonden

Nieuws uit Gemert

Geen feed gevonden

Informatie

Lid worden?

Lid worden? Klik en vul het formulier in!

Heemkundekring De Kommanderij Gemert
Antwoordnummer 2526
5420 ZX Gemert!

Volg ons

twitter

twitter

Inloggen

Inloggen

Voor leden en auteurs. Ook een bijdrage leveren? Neem even contact op.